Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis der nederlandsche geloofsbelijdenis.

HOOFDSTUK V.

(VIERDE STUK).

De confessloneele stryd der juren 1566 en 15<>7.

Tot (le verschrikkingen, die de duistere middeleeuwen kenmerken, behoorde eenmaal de inquisitie, die gruweluitvinding der hel.

Van ouds was het de plicht der bisschoppen geweest, te waken voor reinheid der leer. Het middeleeuwsch kerkrecht hield in, „dat de bisschoppen de natuurlijke inquisiteurs zijn".

In den aanvang der dertiende eeuw kwam de eigenlijke inquisitie op, een meer zelfstandig kettergericht. Sedert was het nog slechts ten deele, dat het ketteronderzoek aan de bisschoppen verbleef.

Ook ten onzent worden sinds de dertiende eeuw Inquisiteurs genoemd. Het ambt bleet nog twee eeuwen een geestelijk, kerkelijk ambt. De kerkelijke rechters waren öf bisschoppen of pauselijke inquisiteurs.

Dit werd anders in de zestiende eeuw. Want Karei V was sterk gekant tegen machtsuitbreiding der geestelijkheid in de Nederlanden. Zag de inquisitie in de eeuw der Hervorming haar taak buitengewoon sterk toenemen,

Sluiten