Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook den heiligen Cyprianus aanriep. Voeg daarbij, dat Chrysostomus in geschrifte heeft nagelaten de wijze waarop de heiligen bidden voor ons, ook de wijze waarop wij hun gedenkteekenen en relieken moeten vereeren. En dat wegens de deugd der overledenen, God zich ontfermt en zorg heeft over de levenden. „Ik zal, zegt de Heere, deze stad beschermen om Mijnentwil, en om

mijns knechts Davids wil" (2 Kon. 20:6) Ten slotte

Augustinus, die zeer heilige en in het verdedigen der waarheid ijverige man, leert ons de gedachtenis der heilige martelaren te onderhouden, niet opdat wij bidden voor hen, maar opdat zij bidden voor ons (cap. 23 Meditat). En hij zelf riep de heiligen aan, gelijk uit zijn geschriften blijkt. Waaraan moet worden toegevoegd wat de zesde oecumenische synode van Constantinopel beweert (canon 7), dat namelijk de kerk de aanroeping der heiligen over de geheele wereld destijds heeft onderhouden. Hetgeen genoeg behoort te zijn.

Tot zoover Sonnius. Ik ga voorbij, wat hij over de rechtvaardiging uit het geloof, over kerk en paus, ook wat hij over de mis zegt. Hooren wij hem liever over de gebeden voor afgestorvenen, en over het vagevuur.

Tot verdediging dier gebeden beroept hij zich vooral op 1 Joh. 5: 16 en 17. „Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden, en Hij zal hem het leven geven, dengenen zeg ik, die zondigen niet tot den dood. Er is een zonde tot den dood; voor die zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden. Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood". Sonnius noemt als Johannes' bedoeling, dat men voor den broeder die zondigt en vóór zijn sterven berouw toont, bidden zal. Dan zal deze niet aan de verzoeningsstraffen [van het vagevuur] onderworpen, maar zal hem het leven der gelukzaligheid geschonken worden. Ziedaar de bijbelsche rechtvaardiging der roomsche zevendaagsche, maandelijksche, en jaarlijksehe lijkgebeden.

Sluiten