Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En den ongeloovigen [is bereid] naar Gods sententie de vurige poel, waar hun worm nimmermeer sterft". Sonnius past ze kalm op zijn kerkelijke tegenstanders toe. „Tot de ongeloovigen nu moeten noodzakelijk geteld worden de ketters. Want niet gelooven, en ten halve of niet ten volle gelooven, wordt in het cabinet [consistorium] van Christus voor hetzelfde gehouden".

Dan zijn stilstaan bij artikel 19. „Toetst al de woorden onzer belijdenis aan den waren toetssteen, de H. Schrift, en al wat gij van haar verschillend zult bevinden, zij vervloekt". Waarop de waarheid antwoordt: „Juist dit hebben wij stuk voor stuk gedaan. Wij hebben aangetoond, uit het woord Gods en de vaderen, hoe uw belijdenis wemelt van ketterijen, leugenen en Schriftverdraaiingen. Waarom allen, wien hun zaligheid ter harte gaat, zich van haar moeten wachten".

De man, die zoo gaarne evangeliebelijders verbrandde, geeft den wensch te kennen, ook hun belijdenis te mogen verbranden. En eindigt zijn strijdschrift met de waarschuwing aan zijn lezers: „Derhalve, gij die tevoren gewaarschuwd zijt, bewaart uzelven, opdat gij niet door de dwaling der dwazen vervoerd, uitvalt uit uw eigen vastheid. Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, nu en in den dag der eeuwigheid. Amen".

Sonnius' boeksken heeft twee gedrukte onderschriften.

Vooreerst: „Dit boek schijnt mij toe als vroom, doorwrocht, en waardig dat het gedrukt wordt. Michaël de Bay". Ook deze was inquisiteur.

Vervolgens: „Het zal zeer dienstig zijn tot herstel der Catholieke Kerk Gods, dat men dit boek in het licht geeft, om de pastoors te onderwijzen en hen te versterken tegen de allerwege rondgaande ketterijen. Wilhel. Damasi Lindanus, Episcopus Ruraemondanus" [Lindanus, bisschop van Roermond].

De lezer heeft ongetwijfeld de gevatheid en bijbel-

Sluiten