Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of kaatje tot bewaring der hostie [gewijde misouwol, die volgens de Roomschen in het eigen lichaam des Heeren veranderd is] was een bord aangebracht, waarop een gedicht van omstreeks dertig regels te lezen stond. De ouwel werd hierin ronduit God genoemd, reeds blijkens den godslasterlijken aanhef:

Hier leit beslooten in dit slot')

Jhesus Christus, waerachtigh mensch ende Godt, Alsoo hij van Maria es gebooren:

Die dit niet gelooft, die es verlooren.

Onze Jasper las het gedicht aan de menigte voor, en smeet het bordje met glas aan stukken. Ook hing er in een glazen kastje een Mariabeeldje, met een dooden Christus op haar schoot. Wijntje Adriaan Okkers wierp deze houten Maria met haar „toffer [pantoffel?] naar 't hoofd. Hetwelk deze vrouw, en haar dienstmaagd die er bij stond, sedert het leven kostte.

De schrik sloeg nu de stadsregeering om 't hart. Zij besloot 26 Augustus, dat men de beelden uit de kerken zou wegnemen.

Inmiddels brachten de Gereformeerden hun kerkelijke zaken in beter orde. Midden Augustus reisden Reinier Kant en Laurens Jacobszoon Reael, op last der gemeente, naar het dorp Sint Marten in Noord-Holland, om pastooi- Nicolaas Scheltius tot predikant te beroepen. Zij vonden den man nog in het geestelijk gewaad, met zijn vrouw en zes kinderen in het pastoorshuis. Hun last en zijn beroeping werd hem bekend gemaakt. Men hield hem voor, dat hij nu het pausdom verlaten en toch zijn gezin onderhouden kon, en dat hij nu voor de gemeente zijn licht moest laten schijnen. De beroepen pastoorpredikant was diep ontroerd, raadpleegde zijn ouden vriend Cornelis Kooltuin te Embden, en deed eerlang zijn eerste predikatie te Amsterdam over de gelijkenis

1) Het sacramentshuisje.

Sluiten