Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Soó veel met sich selven te doen, dat de lust om broederen te quellen, wel deegelijk verging

Aldus Brandt, de Remonstrant. Zijn uitdrukking „broedeien quellen bewijst voldoende zijn afkeuring. Ten onrechte beschuldigt hij bovendien de Antwerpenaren van hardheid en onverdraagzaamheid. De bekwame levensbeschrijver van Van der Heyden, Dr. M. F. van Lennep, vermoedt dan ook op tal van gronden, „dat het verhaal van Brandt wel wat overdreven zal zijn" ')•

Nog éénmaal vierde de Amsterdamsche gemeente hoogtij, het eerste Avondmaal van 15 December 1566. Doch toen steeg, gelijk allerwege, de tegen-omwenteling ten troon. Dienzelfden dag kwam de prins van Oranje te Amsterdam, „om de stadt op haer stel te brengen". Weldra stonden nu die van de nieuwe religie de Minnebroerskerk en de kapel der Leprozen weer af, om in een vieital „spijkers' of winkels te vergaderen.

De roomsch-koningsgezinde beweging in gansch het land wies met den dag. Vruchteloos worstelden de Gei eformeerden daar tegen in. Vruchteloos liepen zij te Amsterdam te hoop. De prins en scharen vluchtelingen trokken in April 15b7 naar Duitschland. Amsterdam's burgerij vervoerde velen hunner op schepen naar Embden en elders.

Ook te Amsterdam hield het preeken op. Sommige gemeenteleden verkregen brieven onder stadszegel, meldende dat zij altijd „in eere, trou en reede" gestaan hadden. Aan anderen drong men zulke paspoorten op, om hen zei ven te loozen, en anderen op hun voortgang

i ! uW", '64' Vooreerst. wijl Brandt, die honderd jaar na

dato schreeft, de eerste historicus is, die V. d. Heyden van hardheid beschuldigt. Ten tweede, wijl V. d. Heyden ons overal tegemoet treedt als een zacht, vredelievend man. En ten derde, wijl de gemeente te Antwerpen wel een lid uit haar midden, doch niet een zustergemeente excommuniceeren kon. Vgl. art. 1 der synode van Embden (1571), waarvan V. d. Heyden zelf vijf jaar later voorzitter wezen zou.

Sluiten