Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gewesten onder de asch smeulende vonken van antispaanschgezindheid. Maar in 1572, op voorgang van den Briel, wierpen toch uitsluitend Holland en Zeeland het wreede juk af. Het volgend jaar scheurde bovendien de val van Haarlem Noord- en Zuid-Holland van één. Vier jaren hield prins Willem van Oranje, met de hulpmiddelen van Holland en Zeeland, zich staande tegen de spaansche macht. Onder het bestuur van den schijnbaar zachtzinnigen landvoogd Don Louis de Requesens (17 November 1573 tot 5 Maart '76) steeg de nood op het hoogst.

Daar daagt op het onverwachts, ten jare 1576, de tweede goede kans voor volksvrijheid en evangeliewaarheid. Spaansche troepen, slecht bezoldigd en aan het muiten geslagen, stroopen het zuid-nederlandsche land af, en plunderen Maastricht en Antwerpen. Spaansche furie. Nu slaan zelfs goede roomschen de handen in één tot beteugeling van blind geweld. Eerst schoorvoetend, straks met aandrang, roept Zuid-Nederland de hulp in van opstandelingen, van Willem van Oranje en zijn Hollanders en Zeeuwen.

„In naam des konings" wordt nu 8 November 1576 de beroemde pacificatie van Gent aangegaan. Een vredesverdrag, waarbij de vijftien andere Gewesten zich met Holland en Zeeland verbinden, om gemeenschappelijk de spaansche soldaten uit het land te drijven. Vooral ook tot beslissing der godsdienstige geschillen, zullen de Algemeene Staten ten spoedigste worden bijeengeroepen. Intusschen mag tegen den roomschen godsdienst niets krenkends ondernomen worden. Zijn uitoefening blijft onverhinderd. Door het gansche land worden de bloedplakkaten tegen de ketterij voorloopig opgeschort').

1) Zie de 25 artikelen der gentsche bevrediging bij Em. v. Meteren, Historiën der Nederlanden, Amst. 1652, fol. Hl v.; P. Bor, Nederlantsche oorlogen, Leyden 1021, deel I, boek 9, fol. 191 v.; P. C. Hooft, Nederlandsche historiën, derde druk, Amst. 1677, blz. 475—478.

Sluiten