Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het tweejarig bewind van Don Juan (3 November 1576 tot 1 October 1578) moest wel zijn een tijdvak van toenemende verdeeldheid en grenzenlooze verwarring. In de ééne stad werd aan de pacificatie van Gent gevolg gegeven, en werd vrijheid van godsdienst verleend. In een naastbij liggende stad werd geen enkele Roomschgezinde geduld. „Nooit blonken de bekwaamheid des Prinsen van Oranje, zijn doorzicht, volharding, staatsbeleid, verwonderlijk vernuft, meer schitterend uit" (Groen van Prinsterer).

De verwarring woedde zelfs op groote schaal. Een deel van den roomschen adel had eigenmachtig aartshertog Matthias van Oostenrijk als algemeenen landvoogd in het laud geroepen, naast wien de tegenpartij den prins als zijn luitenant-generaal en bijzonderen stadhouder van Brabant wist aan te stellen. Bovendien riep de hervormde partij hertog Casimir van de Palts met diens leger te hulp. Als derde machtige vreemdeling verscheen uit Frankrijk Franqois hertog van Alenqon en Anjou met hulpbenden voor de Staten ten tooneele. Hetwelk alles strekte, om de algemeene verwarring in het jaar 1578 ten top te voeren.

De lucht weergalmde van den blijden jubel „Vader Willem"! toen de prins in het najaar van 1577 zijn intocht deed in de groote steden van het Zuiden, Antwerpen, Brussel, Gent. Vooral in het woelige Gent (29 November 1577 tot 15 Januari '78) herstelde hij de orde. De Roomschen hadden er destijds niets te lijden. Zij hielden er zelfs, gelijk overal in het Zuiden, openbare processiën.

Het was hoog tijd voor het optreden des prinsen. Ie Gent had niets minder dan een protestantsche revolutie plaats gegrepen. Er woonden in de Scheldestad twee woelzieke mannen van aanzienlijke geslachten. Jonkheer Jan van Hembyze, een man van veel bekwaamheid en volkswelsprekendheid, maar te heerschzuchtig, om zich

Sluiten