Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Oranje's wijzen raad te gedragen. En jonkheer Frans van Kethulle, heer van Ryhove, nog stoutmoediger dan hij, maar meer eenstemmig met den prins. Zij beiden voegden zich bij de Calvinisten, wisten vooral de heftigsten aan zich te verbinden, en bedienden zich van het volk als werktuig. Handvatsel van het volkswerktuig was de woelzieke predikant Petrus Dathenus.

Deze politiseerende prediker durfde later wel tegen den godsdienstvrede als tegen het herstellen der „Roomsche afgoderij", ja tegen Oranje zeiven om zijn gematigde staatkunde'), in het openbaar heftig uitvaren. Thans in 1577 streed hij aan de spits der ijveraars tegen al wat naar matiging jegens de Roomschen zweemde. En dat in een tijd, waarin de argwaan der Gereformeerden niet gansch ten onrechte gestaag wies. Scheen het niet, dat de roomsche godsdienst met uitsluiting van elke andere religie, ja de inquisitie zelve, in geheel België zou hersteld worden? Was niet de vrome Pieter Panis te Mechelen, enkel om het bijwonen eener protestantsche godsdienstoefening, in tegenwoordigheid van Don Juan onthalsd? Was niet te Gent zelf Hermanus Klinke 21 Juni 1577 gegeeseld en gebannen voor vijftig jaar, omdat hij, toen de processie met het allerheiligste voorbijtrok, geen eerebieding daaraan had betoond 2J ? Hing Hembyze en Ryhove en hun aanhang niet nachtelijke oplichting boven 't hoofd? Yoor-

1) »Dat hy [Oranje] nog om Godt, nog om Religie gaf, maer van staet en nut zynen afgodt maekte, zoo dat indien hy wiste ofte dagte dat zyn he.nbde iet van Religie wiste, ofte rieken zoude, dat hy 't zelve zoude uittrecken ende in 't vier werpen ende verbranden". Gentsche Geschiedenissen tom. II, blz. 199; Groen v. Prinsterer, VII, 81, noot Predikers als Dathenus zijn de aanleiding geweest, dat de Staten van Holland na den val van België hebben bevolen, geen predikanten in dienst aan te nemen noch te laten prediken, die uit Gent of Brugge mogen zijn gekomen, dan met voorgaand consent en believen der Staten. Kerkelyk Plakkaet-boek, 2de deel, blz. 50.

2) Gentsche Geschiedenissen, tom. I, blz. 260.

Sluiten