Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brugge leverde tal van martelaren. In den nacht van 2 op 3 Maart 1568 werden velen in hun woningen overvallen, om in een vunzigen kerker hun doodvonnis te verbeiden. Tegen Paschen 18 April '68 waren er te Brugge zeven priesters aangewezen, voor wie de Hervormden moesten ter biecht komen. Een dezer priesters was broer Cornelis. Op straffe des bans werd aan de ongelukkigen opgelegd, om knielend aan de priesterlijke voeten hun berouw te belijden dat zij de verboden predikatiën hadden bijgewoond, te erkennen dat die predikatiën uitvloeiselen des duivels waren, vergiffenis af te smeken voor zóó groote zonde, en daarna het sacrament des altaars te ontvangen. Bovendien vestigde zich in 1570 te Brugge de afschuwelijke orde der Jezuïeten, die aan de hervorming der stad grooten afbreuk deed.

West-Ylaanderen's hoofdstad deelde ruimschoots in de beroeringen van 1576 en volgende jaren. Evenals elders ontstonden er te Brugge drie partijen, de bepaald hervormde, de gematigd spaanschgezinde, en de verklaard spaansche. Voorhands had de roomsche partij het gezag in handen. Doch de staatspartij ontbood uit Gent krijgslieden, met jonkheer van Ryhove aan het hoofd. Hun komst bewerkte een omwenteling. Sedert 20 Maart 1578 was Brugge aan de Staten en de vrijheidszaak verbonden.

De nieuwe stadsregeering van Brugge, uit achttien notabelen bestaande, had geen lichte taak. Het Protestantisme in de stad ging met reuzenschreden voorwaai ts. Het was niet gemakkelijk, den snel opschietenden boom ruimte te maken, en den eeuwenouden stam, het Roomsch-katholicisme, niet wezenlijk te deeren. Weldra werden drie roomsche kerken tot hervormde bedehuizen ingericht. Al de kloosterlingen moesten vertrekken, behalve die in de stad geboren waren. Men zou voortaan geen heilige dagen meer vieren. Tot dekking der oorlogskosten werden al de klokken opgevraagd, die voor den godsdienst konden gemist worden. Ze werden

Sluiten