Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

notaris van de Synode", alsmede Johannes Taffinus, waren kennelijk afgevaardigden van Zuid-Nederland.

De synode heeft zich zelve dan ook als een wettige generale synode voor al de zeventien Gewesten beschouwd. Dit blijkt uit tweeërlei. In de jaren 1577 en '78 ontbraken er in België leeraars, zelfs in voorname steden. Alle moeite werd aangewend, om ze uit Holland en Zeeland, uit Duitschland en Engeland te bekomen. Waren geboren Vlamingen, in Noord-Nederland thans in het evangelie dienende, uit hoofde van den predikantennood verplicht, een beroep naar Vlaanderen aan te nemen? De synode antwoordde: „Nademaal geheel Nederland is

ons gemeen Vaderland, is het niet billijk noch redelijk

dat die dienaren zouden aan Vlaanderen gebonden zijn". Krachtens deze beschouwing heeft de synode ook een indeeling der particuliere synoden en der classen voor al de zeventien Gewesten ontworpen.

Eigenaardig is haar besluit betreffende de confessie.

De provinciale synode van Dordrecht 1574 had bepaald, dat dienaars, ouderlingen en diakenen, en schoolmeesters, de confessie en de artikelen der discipline zouden onderschrijven ').

Wel nu, de nationale synode van Dordrecht 1578 was gedwongen, wat rekkelijker te zijn. Artikel 58 luidt:

„Om eendragtigheid in de Leere te betuigen, achten wy, dat men in alle Kerken der Nederlanden de Belydenisse des Geloofs in den 37. Articulen begrepen, ende in dezen jare 1578 herdrukt, en den Koning Philippo over veel jaren overgelevert, onderschryven zal, ende gelyk dit van den Dienaren des Woorts ende Professoren der Theologie gedaan zal worden, zoo waar het goed, dat het zelve ook van den Ouderlinge geschiede" *).

De synode eischt dus onderteekening der confessie

1) Artikelen 14. 22 en 32.

2) Hooijer a. w. bh. 152.

Sluiten