Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nederlandsche kerken teekenden in 1583 op de fransche synode van Vitry de fransche belijdenis, gelijk de fransche broeders de nederlandsche onderschrevenJ). Ook waakten de kerkelijke vergaderingen in Vlaanderen nauwlettend tegen „loopers en insluipers in den kerkendienst", dat is tegen personen, die zonder toestemming en examinatie der classis zich in den predikdienst indrongen. De aanteekeningen getuigen van veel ernst en kracht, om in geweldig bewogen dagen kerkelijke orde en reinheid van zeden te handhaven. Doch voor de geschiedenis der confessie leveren zij weinig op. De snelle opkomst en ondergang der kerken, de zeer matige kennis van vele predikanten ten platten lande, de eendracht in de leer, en de geweldige woeling der tijden verhinderen, dat in Brabant en Vlaanderen in de jaren 1578 tot '84 van de zijde der kerk meer dan vluchtige belangstelling aan de confessie ten deel viel.

Ten bewijze, dat destijds onze nederlandsche geloofsbelijdenis wel degelijk leefde in de hanen dervlaamsche gemeenteleden, laten wij hier volgen de schoone beschrijving van een statigen bededag, in West-Vlaanderen's hoofdstad gehouden 2).

„Op den 29sten Mei 1581 en volgende dagen was te Middelburg eene nationale synode gehouden, werwaarts ook Brugge zijne afgevaardigden gezonden had. Aldaar was besloten den 9<*en Augustus af te zonderen tot een algemeenen en plegtigen vast- en bededag in Nederland. De prins van Oranje had den 18den Julij deswegens uit 's Oravenhage aan de vier leden van Vlaanderen eene aanschrijving gerigt, hoedanige men gewoon is een' biddagsbrief te noemen.

Aan don Jan van Oostenrijk was de bekwame en

1) t. a. p. blz. 261; Zie Hooijer, a. w. blz. 6 en 61.

2) Ontleend aan De Kerkhervorming te Brugge, door H. Q. Janssen, dl. I, blz. 222—225.

Sluiten