Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 1577 af doorgaans te Antwerpen, vermits tot Juli 1583 des prinsen hof aldaar was gevestigd. Hier komt hij enkel als hervormd predikant ter sprake.

De Villiers, ofschoon van ganscher harte Protestant, was geen onbepaald bewonderaar van confessies. Hoe hij er over dacht, blijkt ons uit zijn Apologie der Gereformeerden tegen de aanvallen der Lutheranen. „Uw hoofdbewijs," zegt hij, „is, dat gij overeenkomt met de Augsburgsche Confessie en met Luther; doch wij houden die Confessie voor geen Evangelie, noch Luther voor den man, naar wiens voorschriften wij ons geloof moeten regelen. Niemand onzer heeft u ooit Zwingli of Oecolampadius of Calvijn, Bucerus, Melanchthon of Martyr, die evenwel allen Luther in geleerdheid overtreffen, voorgeworpen. Ook worden hun namen in onze kerken of scholen nimmer gehoord. Wij weten trouwens, dat alles afhangt van hetgeen er in Gods woord staat; doch wij verachten hierom de overeenstemming der Kerk niet." En elders, in zijn Vredesvoorslag, is zijn taal: „Wanneer Luther en Calvijn te dezer tijde leefden, en in een algemeene Kerkvergadering (die door allen zoo gewenscht wordt) de meening, waarover thans getwist wordt, wilden verdedigen uit hun eigene Schriften en naar deze beslissen, zouden zij niet door allen als dwazen worden bespot, omdat zij naar eigen denkwijze uitspraak wilden doen over dingen, die op de zaligheid der Christenen betrekking hebben? Maar zou men nu die vrijheid of dat gezag, dat men aan Luther en Calvijn, wanneer zij leefden, niet zou toestaan, toekennen aan anderen, nu zij dood zijn, hoewel geen van beiden zich immer zoodanig gezag heeft aangematigd?"

Eenige ultra-Lutheranen, nog niet tevreden met de torgauer artikelen van 1574 en de verdrukking, daardoor over de volgers van Melanchton gebracht, vervaardigden in Mei 1577 te Bergen een formula Concordiae, een eenheidsgeschrift in de wandeling het bergsche boek ge-

Sluiten