Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de uitgave van 1583 komt het verlangde advertissementken werkelijk voor, onder de benaming „Aen den Christelicken Lezer" '). Het zwijgt echter van drukfouten. Boven de artikelen staan opschriften.

Den 21sten Juni 1582 schrijft de bekwame Van den Corput, ons eenigszins ontnuchterend, aan Cornelissen: „Voirder en weet ick hier [te Dordrecht] nyet te vernemen, wanneer oft de bekentenisse [aan Filips II] overgegeven is ende of 't gallice of 't belgice [in de fransche of in de nederlandsche taal] geschiet is, hoewel ick vermoeyde gallice, diewyl ick de supplicatie der Edelen franQoys [het smeekschrift der Edelen aan de landvoogdes in het fransch] hebbe gesien; maer Taffinus oft Heydanus souden daer aff mogelick konnen berichten" '). De geschiedenis onzer confessie bezat al vroeg kruisen en raadselen.

Het schijnt dat Cornelissen, naar aanleiding der klacht van Van den Corput, werkelijk te Antwerpen inlichtingen ingewonnen heeft. Want de beroemde antwerpsche predikant Thomas van Thielt of van Til schreef 17 Juli 1582 aan Cornelissen: „Ic hebbe Taffinum gesproken van de Confessie, de welcke hij seyt van Guy de Bres gestelt te sijne ende in Walsch aan S. M. gepresenteert te sijne" 3). Cornelissen kon alzoo, den naam van de Brés verzwijgende, in zijn advertissementken vermelden, dat aan de overheid een waalsch exemplaar was „vertoond".

Beroeringen in de dordsche gemeente vertraagden het drukken der nederlandsche geloofsbelijdenis. Eerst den 2isten October 1582 schrijft Van den Corput aan Cornelissen : „Ick hebbe ghisteren Jannes Kaen 4) (des welcken huysfr. gestorven is) van den druck der bekentenisse des gelooffs gesproken; heeft belooft dien voir te nemen" 5).

1) Geheel afgedrukt b(j dr. v. Langeraad, blz. 148 v.

2) t. a. p., blz. 204.

3) Dr. v. Langeraad, blz. 147.

4) Canin, vgl. Schotel, a. w. dl. I blz. 155.

5) t. a .p., blz. 217.

Sluiten