Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nederlandsche belijdenis des geloofs van het jaar 1583, waarvan een exemplaar in de utrechtsche bibliotheek bewaard wordtis een klein 12° uitgaafje van ruim 22 folio-bladzijden. „Belydenisse des geloofs der Kercke Jesu Christi inde Nederlanden, na desuyuerheyt des Euangelij ghereformeert." Yoorts prijkt midden op het titelblad een ovaal-rond fleuron, een teekening vertoonende een overeind staanden leeuw, triomfantelijk een opengeslagen bijbelboek opheffende, met als randschrift: „Siet de leeuw uut den geslachts Juda de wortel Davids heeft overwonnen. Apo 5' 2). Deze belijdenis is de eerste, die een „Voorreden" „Aen den Christeliken

Leser" s) heeft.

De titel der confessie, boven artikel 1 geplaatst, is door de toevoeging „de hoofdsom der leer van God" wat

1) De confessie van 1583 komt ook voor bij A. Thysius, Leere ende Order, blz. 1—64, die twee copiën tegenover elkander stelt, de oude hollandsche van 1562 en de herziene hollandsche van '82/'83.

2) Daaronder staat, evenals in tekst van 1562, voluit geschreven 1 Petr. 3:15, en dan, wat tekst van 1562 niet heeft, Rom. 10: 10. „Ghedruckt tot Dordrecht bij Jan Canin 1583". Op de keerzijde van het titelblad vindt men vermeld „Sommighe plaetsen des Nieuwen Testaments, door welcke alle Gheloouighe verinaent worden, belijdenisse haers gheloofs voor den menschen te gheuen." Hier worden alleen genoemd Matth. 10:32, Mare. 8 en Luk. 9, en 2 Tim. 2: 12, vormende tezamen met de twee 'boven genoemde Schriftplaatsen de vijf bijbelteksten van 1561. Het Sonnet of vermaandicht van '62, alsmede de Sendbrief der geloovigen aan koning Filips II ontbreken.

3) Zie de Voorreden afgedrukt bij Dr. v. Langeraad, a. w. blz. 148 v. Daarin komt o. a. voor: Nu de zuivere leer in de Nederlanden door de overheden beschermd wordt, schijnt de confessie niet langer noodig. Nochtans hebben de gemeene Nederlandsche kerken goedgevonden, „de voorsc. 37 Artijkelen, alsose Anno 66 in de Walsche tale opt aldercorrectste vvtgegeven zijn, int Nederduytsch ouer te setten, ende alsoo weder in druck te laten gaen," ten dienste van de zuiverheid der leer en van het eendrachtig accoord der kerkedienaars. Zij is de bekentenis des geloofs der nederlandsche kerken, „so vander duytscher als vander Walscher tale".

8

Sluiten