Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu" op. Die van 1583 volgt haar na, naar verandert foutief „onderhoudt" in „ophout". „Dat hyse ooc nu alle ophout ende regeert".

In de belijdenis van 1583 bevat artikel 9, strekkende ten bewijze der H. Drieëenheid, den in 1566 opgenomen bekenden aanhef: „Dit alles weten wy, so wt de getuygenissen der H. Schriftuere, als oock wt de effecten ende werckingen, ende principaelick wt de gene, diewy in ons beuinden."

Summa summarum, de nederlandsche belijdenis des geloofs van 1583 is niet, gelijk de fransche van 1566, de vrucht eener diep ingrijpende revisie. Ook heeft zij niet, als gene, dogmatisch belang. Zij is een welbewust voortbouwen op de grondslagen, in het wonderjaar gelegd. Zij mag, behalve op den lof der nauwkeurigheid, op tweeërlei verdienste bogen. Vooreerst was zij een goedkeuren en in de nederlandsche taal overzetten van den franschen tekst, die ten jare 1566 te Antwerpen zoo grondig herzien werd. Ten andere schonk zij den Nederlanders, wat de Walen sinds lang bezaten, een officieelen kerkelijk goedgekeurden tekst van de nederlandsche belijdenis des geloofs.

(Wordt vervolgd).

Koudekerk a/d Rijn, Februari 1908.

F. J. Los.

Sluiten