Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook stipt hij aan, dat de predikanten — tegen wie hij zich voortdurend richt — belijden niets te gelooven, wanneer het niet door de H. schrift bewezen wordt. De fondamenteele artikelen IV, V en VI over de H. schrift gaan echter van geen enkel Schriftbewijs vergezeld. Op die artikelen als op een fondament zijn al de overige artikelen gebouwd. Zoodat blijkbaar de gansche belijdenis, naar het oordeel der predikanten zelf, als een gebouw zonder grondslag ineenstort.

Artikel XXXI stelt de gelijkheid der dienaren of predikanten zeer nadrukkelijk voorop. Al weder stof tot debat. Roberti vraagt, hoe de afgevaardigden der engelsche bisschoppelijke kerk, in de dordsche synode van 1618 en '19, dit artikel hebben kunnen goedkeuren !). Hoe er in die vergadering, van uit Engeland, een bisschop, een archidiaconus (aartsdiaken) en priesters konden tegenwoordig zijn2). Of professor Samuël des Marets zich nog herinnert, hoe hij eens in geschrifte een archidiaconus

1) Roberti haalt later (blz. 376) een door de engelsche kerk goedgekeurd boek over geloof en leer der engelsche kerk aan, en verwijst naar artikel 36 der engelsche belijdenis. In de uitgave van 1552 vangt het artikel aldus aan: #De Koning van Engeland is, na Christus, het opperhoofd op aarde van de Engelsche en Iersehe Kerk". Rex Angliae est supremum caput in terris, post Christum, Ecclesiae Anglicanae et llibernicae. Roberti had ook op de Acta der dordsche synode kunnen wijzen, welke vermelden, dat de Afgevaardigden der Generale Staten in de Synode, bij hun uitnoodiging om de confessie te herzien, de kerkvergadering uitdrukkelijk verzochten, de artikelen XXXI en XXXII handelende van de kerkorde en -regeering, eerst na liet vertrek der buitenlanders te willen onderzoeken, «wijl sommige buitenlanders in zake kerkorde van ons verschillen". Quem (scil. ordo ecclesiasticus) Exteri nonnulli a nostro diversum habent. Acta synodi nationalis etc. Dordrechti 1620, p. 348.

2) Uit Groot-Brittanje waren op de dordsche synode tegenwoordig: Georg, bisschop; Josef Hall, deken; Johannes Davenantius, hoogleeraar; Samuel Ward, aartsdiaken; Gualtherus Balcanquall, baccalaureus; Thomas' Goad, doctor der godgeleerdheid. Ik kan mij begrijpen, dat Roberti zich afvraagt hoe predikanten, die anders «reeds van kleur verschoten bij het hooren van den naam priester", konden samen vergaderen met een bisschop, een deken, en een aartsdiaken. Het scheen zoo inconsequent.

Sluiten