Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevolen heeft al de godspraken, die wij nu in de H. Schriften hebben, bij geschrift te stellen') — want zoo moet men volgens u die kantteksten verstaan — dan zal het ons eveneens vrij staan, van eenig bijzonder gebod een algemeen te maken, ten minste in dezelfde stof. De apostel Johannes (Openb. X: 4) hoort een stem uit den hemel, die tot hem zegt: „Verzegel, hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf dat niet". De vertaling van Genève — door Roberti bij voorkeur gebezigd, om de Gereformeerden met hun eigen wapenen te bestrijden — zegt in de kantteekening: Die zeven donderslagen vertegenwoordigen ons in een hoofdsom al de godspraken, uit den mond der profeten uitgegaan. Dat is juist het tegendeel zeggen, van wat het onderhavige artikel leert. Want het artikel zegt, dat al de godspraken wèl; de bijbelvertaling zegt, dat ze niet moesten beschreven worden.

De vijfde bewijsplaats op den kant (Ex. XXXI: 18) bevat geen bevel tot schrijven, maar zegt alleen, dat die twee tafelen beschreven waren met den vinger Gods.

„Ziedaar, mijne heeren! het fraai begin, van uw geloofsartikelen met de Schrift te bewijzen".

Andere voorbeelden van bewijsvoering ontleen ik aan Roberti's gewoonte, om de Lutherschen tegen de Gere formeerden, Calvijn tegen de confessie, vooral de confessie van 15662) tegen die van 1619 of tegen de dordsche synode die haar vaststelde, uit te spelen.

1) «Wat hier [in die kantteksten] nu van bijzondere gevallen geldt, is door Art. 3 uitgebreid tot en overgebracht op al de Schriften des Ouden en Nieuwen Verbonds, althans voor zoover Gods vroeger gesproken woord daarin op schrift gebracht is; men ziet terstond met hoeveel, of laat ons liever zeggen met hoe weinig recht". De Ned. geloofgbelijd. en de Heid. Catech..., door Dr. J. 1 Doedes, Utrecht 1880, deel I, blz. 26.

2) Roberti weet niet van de herziening der belijdenis van 1566, maar kent de revisie toe aan de dordsche synode van 161819. Ten onrechte. Overal waar hij de tegenstelling maakt 1566 tegenover 1619, verbeteren wij hem en lezen 1561 contra 1566.

Sluiten