Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds bespraken wij (Hfst. IV, 4de stuk), dat de synode van 1566 die overdreven lofspraak betreffende Adam wegnam. Onze Jezuïet geeft de geboortegeschiedenis er van ')•

Waarom hebben de nieuwe predikanten, „houdende voor schande wat hun vaderen voor trofee hielden", de confessie hunner vaderen verminkt? Omdat zij gezien hebben, dat men vaak geroepen heeft tegen den rijmelaar Marota), die als een echte Ariaan 3) gezongen had: Ta l'ns fait tel, que plus il ne luy reste, Fors estre Dien. Want die passage is ontleend aan Ps. VIII: 5, waar David zegt, naar de vertaling van Genève: Tu l'ns fait un peumoindre que Dieu. Maar de overzetting der katholieke kerk en de oudheid heeft terecht: que les Anges, gelijk ook Genève als kantteekening zegt: ou les Anges.

Volgens de Schrift is die geheele achtste psalm van den Zoon Gods geschreven, en moet men vertalen: Een weinig minder dan de engelen. Daarentegen zingt Marot al rijmelende, alsof Jezus Christus geen God is, „Gij hebt hem zoodanig gemaakt, dat hem niets meer ontbrak dan God te zijn". En de oude belgische belijdenis leert dezelfde goddeloosheid en hetzelfde Arianisme.

Besluiten wij met Roberti's doorwrochte uitweiding over den vrijen wil, mede naar aanleiding van artikel XIV. „Daarom verwerpen wij al wat men hiertegen leert van den vrijen wil des menschen, aangezien de mensch niets dan een slaaf der zonden is".

1) Hieruit blijkt, dat het onderzoek naar liet ontstaan der confessie ook de oude fransche psalmen moet omvatten. Vreemd, dat zelfs onze bekwame Marnix die overdreven lofspraak des eersten menschen in psalm 8 overnam. Zie het Boeck der Psalmen. Wt der Hebreisscher sprake in Neder-duytschen dichte.... Mitsgaders lofsangen (en catechismus) doir Philips van Marnix van Sint Aldegonde. Middelb. R. Schilders 1591.

2) Clément Marot vervaardigde omstreeks 1546 een fransche berijming van enkele psalmen, die naar wereldsche zangwijzen aangeheven werden.

3) Arius, een presbyter of ouderling te Alexandriê, leerde dat Christus niet eenswezens, maar slechts gelijk wezens met den Vader was, en ontkende het eeuwige Zoonschap van Christus. Het beroemde concilie van Nicea (325) veroordeelde zijn leer als kettery.

Sluiten