Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al drukte de ijzeren vuist zwaar op het Sticht, toch wekte moedsbetoon moed. Ook de Staten der andere Gewesten trokken hun toestemming aangaanden den tienden en twintigsten penning weer in. In October 1569 kwam Alva dus met een nieuwen eisch, namelijk den tweehonderdsten penning op den eigendom, en twintig ton gouds voor zes jaar aaneen. Voor twee jaar werden hem de twee millioen goudguldens toegestaan.

Het meest drukkend werd de tyrannie gevoeld in de groote Ylaamsche en Brabantsche steden, waar de zedelooze Spaansche benden in garnizoen lagen. En wee, die klagen dorst. Alva had alom zijn spien of spionnen, „zeven stuivers lieden" geheeten., wijl zij in penningen van die waarde hun schandloon ontvingen.

Verzet en verbittering kwamen het meest aan den dag in schotschriften, hekelrijmen en spotprenten. Die rondfladderende bladeren, in het geheim door den haat rondgevent, met gretigheid als verslonden, deden den dwingeland als een wild dier brullen. Alva's bevelschrift van 11 November 1568, dat een zeer gestreng onderzoek van al de meester-boekdrukkers en hun gezellen gelaste, was een uiting van machtelooze, dolle woede.

Practisch gevolg droegen andere pogingen. De liefde ook tot het vaderland is vindingrijk. Meester Paulus Buys, raadpensionaris van Leiden, laat zijn medegemachtigden ter dagvaart van Brussel naar Leiden terugtrekken, verlaat hen onder een voorwendsel, en ijlt naar den Prins te Dillenburg, om hem de gezindheid der Staten en de gestalte des lands mondeling te openbaren. Door dag en nacht te

en Rhenen. En verklaarde alle handvesten en vrijheden, goederen en inkomsten van de stad en de gilden van Utrecht, ten behoeve zijner Majesteit verbeurd. Nog later, 7 Februari 1572, deed Alva al de oorspronkelijke brieven van de vrijdommen der stad opeischen. Uiterste verzet daartegen, vooral van jonkheer Hendrik Valkenaar. De handschriften werden op het slot Vredeburch gebracht, en later door Requesens weder aan de stadsregeering ter hand gesteld.

Sluiten