Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Onder de allen lof en vertrouwen zeer waardige schriften, die de geschiedenis van onze vereenigde Nederlanden, vóór nu bijna twee eeuwen wonderbaar van het Spaansche juk bevrijd, betreffen, verdient boven allen den eerepalm datgene, dat ik nu aan uw gebruik wijd, welwillende Lezer! en dat door vele edelen, en mannen door geboorte, verdienste en opvoeding uitmuntende, op aansporing en gezag van Willem van Nassau, destijds balling in Duitschland, is vervaardigd, gelijk de annalen

mededeelen" ')•

Met deze krachtige aanbeveling leidt iemand, die anders geen man van groote woorden is, de godvreezende, geleeide, ruimhartige, Gereformeerde hoogleeraar Daniël Gerdes (-j- 1765), eenmaal het sieraad der Groningsche hoogeschool, het boeksken vol beteekenis bij zijn lezers in. Niet ten onrechte prijst hij de kracht der redevoering, den glans der waarheid, den adel der schrijvers, en het gezag van Willem van Nassau. Want de mannelijkste taal ter wereld, het Latijn, zoo geschikt om een mannenhart te ontlasten en mannenharten te roeren. Het edelste goed der menschheid, de Evangelische godsdienst, door tyrannie op het uiterste belaagd. De uitmuntendste geesten van ons Nederlandsche volk, dat destijds aan de spits der Europeesche beschaving stond, in die taal, voor dat goed hun pleidooi houdende. De belangrijkste vorst van zijn tijd, Prins Willem van Oranje, met zijn verheven geest die allen tot dat doel bezielend. Voorwaar alles werkt

begeeft. De bisschop van Spiers houdt im Rathhofe een voordracht. Volgt voorlezing der keizerlijke proposities door den keizerlijken secretaris Erstenberger. De beraadslaging begon 18 Juli des morgens te 7 uur. Tot mijn spijt vermeldt Koeh niets met betrekking tot het gemeenschappelijk smeekschrift der Nederlanders. De Rijksdag werd, 13 December des morgens te 7 uur, in tegenwoordigheid des keizers gesloten met voorlezing van den Reichsabsehied, de oorkonde.der Rijksdagbesluiten, waaraan de keizer een vermaning om hem nauwkeurig na te leven toevoegde.

1) Vit. Gul. Auriac., ling. Belg. T. II p. 169 sq. Beidani Anna es sive Historiar. L. 11. p. 125. Meur8, in Gulielmo Auriaco Lib. V. p. 171.

Sluiten