Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangebrachte rechtsgronden moet het op den Rijksdag een krachtigen invloed hebben geoefend.

Zoo beroept het zich op de overeenkomst van Augsburg van 26 Juni 1548, tusschen Karei V namens zijn erflanden, en de standen des heiligen Roomschen Rijks aangegaan, volgens welke gemelde Nederlanden voortaan zullen staan „in schuts en bescherming des heiligen Rijks" (in Schutz und Schirm des heiligen Reichs), en de Keizer en zijn erfgenamen genoemde landen in leen ontvangen. En het deelt mee dat requestranten, in hun afwezigheid voor Alva gedaagd, over de ongeldigheid der daging en de onbevoegdheid van Alva als rechter tot driemaal toe per expresse bode schriftelijk zich te Brussel beklaagd, maar geen antwoord bekomen hebben. Dat zij niettemin voor rebellen en vijanden des Konings verklaard, en uit het land verjaagd zijn.

Brief en smeekschrift bidden dus Keizer en Rijk, om stad en land met inwoners, supplicanten met goederen en privilegiën, tegen Alva en den Groningschen bisschop in schuts en bescherming te nemen. Het schrift is onderteekend: E. Rom. Key. Ma. Chur. und F. G. G. [F. = Fürsten, vorsten. G.' G. = Genaden, vorsten] und Herrlichkeiten [= heeren] Allerunderthenichsten Die Ausgetriebene.

Werkelijk besloot de Keizer bij resolutie van 9December, niet alleen een gevolmachtigde aan de Bourgondische [= Nederlandsche] regeering te zenden, maar ook zijn geliefden bloedverwant, den Koning van Spanje, schriftelijk te doen verzoeken, het te buiten gaan der Bourgondische regeering af te schaffen en zich de bezwaren der genoemde supplicanten aan te trekken, „voor zoover deze en gene met betrekking tot het Bourgondisch verdrag [van Augsburg 1548] eenigen grond hebben".

En Alva trok zich geen van deze dingen aan.

Koudekerk (Z. H.), Juni 1908. F. J. Los.

Sluiten