Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den veelvermogenden burgemeester Diedrich Groen, van beschermeling van Melanchton langzamerhand partijleider en Flaciaan geworden, bracht in 1554 de stad half onwetend tot het neo-Lutheranisme. De Walen te Wezel kwamen niet weinig in het gedrang.

Onverwacht daagde hulp. Vluchtelingen uit half Europa: Franschen, Fransch sprekende Walen, Nederlanders, Italianen, Spanjaarden, hadden onder de korte milde regeering van Eduard VI te Londen een vreemdelingengemeente gesticht. De troonsbestijging van de bloedige Maria Tudor (1553) deed velen uit Engeland vluchten. Sommigen, onder hen mannen uit de hoogste standen en van de grootste ontwikkeling, kwamen te Wezel. De „Engelschen", gelijk men deze Franschen en Walen om hun laatste woonplaats noemde, versterkten niet weinig, wat de avondmaalsleer betreft, het Calvinistische of Evangelische, Melanchtonische element. Zij vormden naast de Waalsche een nieuwe vreemdengemeente, uit Fransch en Engelsch sprekende Protestanten bestaande. Hun predikant Perucel kon de kwalijk gezinde Heshusianen staan.

Nu volgde strijd op leven of dood tusschen de nieuwluthersche partij en de vreemdelingen. Een zelfstandige avondmaalsviering in hun kapel werd den laatsten niet vergund. Tevergeefs trad Melanchton voor de vluchtelingen tusschen beiden. De gegoeden onder hen, met Perucel aan het hoofd, trokken plagensmoede naar Frankfort, een ander lustoord der kleingeestigheid.

De strijd werd op de spits gedreven door de opstelling van een stadsbelijdenis in Heshusiaanschen geest (Confessio Wesaliensis, 1561). De raad der stad drong de Walen, haar aan te nemen. Dezen weigerden. Academiën, over

legd te hebben (26 Sept. 1588). Hofman, T. H., der recht lehrende Lutheraner. Leipz. 1743. Gold óf als twistzoeker, óf als kerkvader. Zoo bij K. von Helmolt, T. H. mul veine 7 Exilia, Leipz. 1859. C. A. Wilkens in zijn monografie (T. 11Leipz. 1800) heelt hem geplaatst waar hij behoort, onder de strijdtheologen der Luthersche kerk.

Sluiten