Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerenaam vooral verworven in 1567 en volgende jaren. Niet alleen nam men den gestadig vloeienden stroom van vluchtelingen blijde op, en verleende den ballingen, het naburige Keulen tot beschaming, vrijheid van openbare godsdienstoefening. Maar zelfs nam het stadsbestuur de ballingen tegen zijn eigen vorst jaren lang in bescherming. De zwakke hertog en het Kleefsche hof, voor Alva en het Spaansche geweld niet ten onrechte beducht, zonden gedurig vermaningen of bevelen, om de Nederlandsche vluchtelingen uit de stad te verwijderen, en geen nieuw aankomenden meer op te nemen. Het stadsbestuur gaf aan deze brieven geen gevolgen, en beantwoordde ze met omzichtigheid. Ook richtte Wilhelm door zijn gezanten zich wel rechtstreeks tot de vluchtelingen zeiven, hun bevelende de stad te verlaten. Telkens verhinderden de goedwilligheid van het stadsbestuur, de voorspraak van vrienden bij het hof, en het geven van geschenken, dat het bevel werd uitgevoerd. Sedert het jaar 1572, het jaar van den grooten HollanJschen opstand, schijnt de Kleefsche hertog in den toestand berust te hebben. En toen de öentsche bevrediging en de daarop volgende gebeurtenissen Noord- en Zuid-Nederland vereenigden, en de dageraad der vrijheid over de Zeventien Gewesten scheen te zullen opgaan, aanvaardde het beter deel der Wezelsche ballingen den terugkeer naar het vaderland. Doch men vertrok niet dan na het houden van een treffende dankrede voor den vollen stadsraad, en het aanbieden van een gedachtenis ten teeken van innigen dank. Twee zware zilveren bekers, in- en uitwendig zwaar verguld, van buiten met gedreven beeldwerk versierd en van opschriften voorzien, één van de Nederduitsche één van de Waalsche vluchtelingen afkomstig, waren en zijn tot nu toe der Duitsche stad de tolken van Nederlandsche dankbaarheid. Toen een halve eeuw nadien, terwijl PrinsFrederik Hendrik den Bosch belegerde, onze dapperen Wezel van het Spaansche schrikbewind bevrijdden, bevestigde de erkentelijke

Sluiten