is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

felsten fanaticus te hulp. Plotseling verscheen Matthias Flacius te Antwerpen, met een staf van zeven Duitsche Luthersche predikers, onder wie de bekende ij veraars Cyriacus Spangenberg en Hermann Hamelmann1).

Hij schreef voor de Melanchtoniaansche Luthersche gemeente aldaar een ultrabelijdenis, die aan de Gereformeerden den vrede opzegde 2). Hij bood aan, plechtig met

1) De zeldzame tocht ging over Goch, waar hij het toegezegde vrijgeleide der stad Antwerpen afwachtte, naar Antwerpen, en keerde evenzoo terug. Hamelmann schreef een Itinerarium doctorum nostrorum versus Antwerpiam (zie Opp. p. 1021) als deel van zijn Historia renati evangelii Antverpiae, welke helaas verloren is, zoodat wij ons tot Spangenberg's Duitsche voorrede der belijdenis beperkt zien.

2) De door de leden der expeditie tot redding der gezonde leer vervaardigde boeken zijn : 1°. Confessio ministrorum J. Chr. in eccles. Antverpiensi quae Aug. Confessioni assentitur. Duitsch: Bekendlnus derer kirchen binnen Antorff so der waren augsp. Conf. zugethan. Sampt einer vorrhede M. Cyriac. Spangenberg. 1.r>67. Nederlandsch: Confessie off bekentenisse der dienaren lesu Christi inde Kercke binnen Antwerpen die welke der Confessie van Ausborch thoegedaen is. Beter oversien en gheemendeert nae de latynsche copye (zonder plaatsnaam) 1567. (Catal. Rahlenbeck, blz. 2 v.). Alva zette de Confessio Antwerpiensis op den Index. Vergelijk over haar Schulz Jacobi in Oud en nieuw, II 76, en C. Sepp, Geschiedkund. Nasporingen, III 109. 2°. Agenda. Christliche Kirrhenordnung der Gem. Gottes so in A. der waren, vnuerfelschten augsp. Conf. zugethan. Schmalkalden 1567. 3°. Ministrorum T. Christi in eccl. Ante. quae aug. conf. adsentitur adhortatio ad poenitentiam etc. ad suos auditores. 1;>66. 4°. Defensio confessümis ministrorum I. Chr. contra Iodoci Tiletani sophismata. Basiliae 1567. Hollandsch: Korte verautwoordinghe enz. 5°. (door Wolters niet vermeld) Corte verantwoordinghe oft bescherminghe der Confessien oft bekintenisse des gheloofs der Christelijcker ghemeinten van Antwerpen der Aussborchschei Confessien toegedaen, tegen het venijnich schimpboeck Wilh. Lindani van Dordrecht, Bisschop (titulotenus) van Rueremunde. Basiliae, ex ollic. Barth. Franconis, sumptibus [oan. Oporini. *1567. — In zijn Antwerpsche confessie beweert Flacius: Der Calvinisten nachtmaal is door meer dan ééne heiligschennis (sacrilegiuni) verscheurd, en stort ontelbare zielen in den afgrond der hel. Ja het is aan een gewone drinkpartij (Zeche) niet ongelijk. In hun aartskerkrooverijen stelen zij de woorden ,,dit is mijn lichaam uit het Avondmaal, gelijk het licht uit den luchter, gelijk den edelsteen uit den ring. Zij zeggen bij uitreiking van het brood woorden, die men bij iedere spijs spreken kan: „Neemt, eet, en gedenkt des