Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe velen bijeen kwamen, is ons niet onbekend. Het handschrift van het protokol bevat de handteekeningen van twee en-zestig leeraars en ouderlingen, edellieden en burgers. Altemaal Nederlanders, die thans in Duitschland of Engeland woonden. Zij ontwierpen „Zekere punten of artikelen, die in den dienst der Belgische kerk de Dienaren van diezelfde kerk geoordeeld hebben deels noodig deels nuttig te zijn '. Zij stelden voorloopige regelen, totdat een bijeenteroepen synode beter en volmaakter bepalen zou.

Petrus Dathenus onderteekende de synodale acte het eerst, vermoedelijk als voorzitter. Door zijn vurige Evangelieverkondiging in België en Engeland, te Frankfort en Frankenthal, vooral door zijn Nederlandsche vertaling van den Heidelbergschen Catechismus met liturgie en van de Fransche Psalmberijming, was de voormalige monnik een zeer invloedrijk leidsman van zijn volk geworden. Zijn evenknie in ijver en invloed was de tweede onderteekenaar, Hermannus Moded of Herman Strijcker, een der eerste hageprekers en beeldstormers'). Voorts teekenden nog tal van predikers, die ons weinig of heel niet bekend zijn.

Vooral ook niet-kerkelijke personen van groot aanzien waren tegenwoordig. Willem van Zuylen van Nyevelt,

Herdrukt in 1746, en in Amst. 1765, doch zonder Acta van Wezel. Regnerus Ens in 1733, en 3de uitg. van Kerkelyk handboekje in 1738, namen de uitgave van Renesse over. Dientengevolge wordt bij schrijvers in de achttiende eeuw de synode van Wezel algemeen genoemd. Is. Ie Long, Kort. hint. verhaal, 53, 85, 135. W. te Water, Hist. d. herv. kerk v. Gent, 278, en Tweede eeuwgetyde d. ried. belijd, 66. Ook C. Hooijer, 33 vv. Deze allen geven of volgen de vertaling van Renesse, die gelijk prof. Rutgers bewees verre van nauwkeurig is.

1) Niet te verwarren met een anderen Herman Strijcker, kapelaan van de St. Michielskerk te Zwolle, die in Juni 1568 wegens zijn kettersch preeken in moeielijkheden geraakte. Zie prof. R. Fruin, Herman Strijcker, een ander dan Moded, in Archief voor ned. kcrkgesch., deel V (1895), blz. 336 344, en deel VI (1897), blz. 392—394.

Sluiten