Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wezel in het algemeen betreffende de kerkinrichting, wat in het bijzonder ten aanzien der geloofsbelijdenis vaststelde.

Welke is de schriftmatige inrichting der Kerk? Volgens de vaderen te Wezel was dit niet een ondergeschikte formeele, maar een allerbelangrijkste levensvraag der Kerk. Op de meeste plaatsen, waar de Evangelieleer had overwonnen, was die vraag in haar hooge beteekenis onderschat geworden. De straf was niet uitgebleven. In de Luthersche streken van Duitschland had men de herhaaldelijk aangewende pogingen, om aan de spits deiprovinciale kerken synoden te stellen, destijds reeds opgegeven. De bodem van georganiseerde gemeenten, de onderbouw ontbrak hun. Zij waren tot disputeerende predikanten-conferenties ingekrompen. Tegelijk was de ontwikkeling der gemeenten gestuit door het stormloopen der nieuw-luthersche „predikheeren". De vorsten lieten zich door hen gaarne dwingen, met de hun van den aanvang af toegekende landsbisschoppelijke macht ernst te maken, en hun vorstelijke consistoriën op te richten (1561). Daaraan werd de behandeling van de eigenlijke levensvragen der Kerk overgedragen, de gemeenten werden tot parochiën verlaagd.

Waar men de Gereformeerde leer aanhing, waren verschillende opvattingen over de schriftmatige ordening der gemeenten en kerken geldende. Hun nauwkeurige onderzoeking moest voorafgaan en ging vooraf aan de groote onderneming van het convent, de grondtrekken van een inrichting der Nederlandsche Kerk te ontwerpen. Want wel hadden reeds de Waalsche kerken in Zuid-Nederland van 1563 —'66 hun synoden onder het kruis gehouden. Maar sinds hadden de Nederduitsche de Waalsche kerken allengs overvleugeld, en zouden, keerde men ooit naar 't vaderland weer, in bijna al de Nederlandsche Gewesten de groote worsteling om de opperheerschappij met Rome's kerk aanvangen. De geweldige aanwas van een

Sluiten