Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De fouten raken intusschen enkel den vorm, niet het wezen der zaak. De bepaling zelve is hoofdzaak. Zij leert ons, dat er destijds reeds een algemeen vaststaande Gereformeerde kerkleer bestond, dat die leer in belijdenis en catechismus vervat was, en dat de vergadering de predikanten tot overeenstemming met die leer wilde dringen.

Terecht hebben velen in het confessie-artikel van Wezel een vrij slappe bepaling gezien. Want niet de confessie, de leer staat voorop, en eerst later in het artikel wordt de belijdenis genoemd. Ook is onderteekening van confessie en catechismus niet voorgeschreven. Zelfs verzuimde het convent vast te stellen, hoe het wenschte dat gehandeld zou worden met een predikant, die ontkende met de leer overeen te stemmen. Gematigdheid van rondom.

Onwillekeurig vergelijkt men het Wezelsche artikel met de bepalingen der Waalsche kruissynoden, om dan verkoeling der confessie-liefde te bespeuren. De synode van Armentiers 26 April 1563 had de belijdenis van de Brés synodaliter als formulier van eenigheid erkend, en haar onderteekening voor ouderlingen en diakenen verplichtend gesteld. En die van Antwerpen 10 Juni 1565 had bepaald: „Dat, bij den aanvang van iedere synode, men voorlezing heeft te doen van de belijdenis des geloofs deikerken van dit land: zoowel om onze eenheid te betuigen, als om te beraadslagen, of er niets te veranderen of te verbeteren valt".

Nu kan het zijn, dat niemand der te Wezel aanwezigen van de besluiten der Waalsche kruissynoden kennis heeft gedragen. Doch ook als we dit onderstellen, blijft de hoofdindruk dien we van Wezel ontvangen onveranderd. Men trok op die vergadering geen scherpe lijnen. Men erkende de geloofsbelijdenis niet uitdrukkelijk als formulier van eenigheid. Men noemde er allereerst de leer, en daarna als kenbronnen dier leer confessie en catechismus. De invloed der rekkelijken heeft zich wel sterk te Wezel

Sluiten