Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den kinderdoop en de erfzonde, en onze heiligmaking. Ook schreef hij in dat jaar vredelievende brieven aan David Joris, zijn „zeer geliefden broeder en dienaar des Woords", één der weinige hoofden van Wederdoopers, wien het tot zijn dood toe naar den vleesclie gegaan is, en trachtte zijn talrijke aanhangers te Emden tot de Gereformeerde Kerk terug te leiden '). Weldra droeg de gravin a Lasco en zijn ambtgenooten op, alle Wederdoopers in haar gebied kerkelijk te onderzoeken. De hardnekkigen onder hen werden uit het land verdreven.

De superintendent gedacht ook den innerlijken opbouw der Kerk. Ingesteld werden de kerkbezoeking of het persoonlijk bezoeken der gemeenten door hem en zijn ambtgenooten, de kerkeraad te Emden uit de predikanten en vier ouderlingen bestaande, en een wekelijksche coetus of vergadering die alle Oostfriessche predikanten moesten bijwonen. De coetus hield censura morum der predikanten, examineerde aanstaande leeraren, en hield openbare

1) David Joris uit Delft, glasschilder, ijveraar tegen Roomsche afgoderij, in 15-28 gegeeseld, uit kerker verlost. Wordt Wederdooper; onder Wederdoopers veel twisten; brengt verdrag van Boekholt in Westphalen tot stand. Reeds 4 secten, van Hofman, Ubbo Philips en Menno Simons, de Munsterschen, en Joh. Theodoricus Batenburg ex-burgemeester van Steenwijk. Joris hoofd der vijfde secte, ontvangt 1536 een onkuisch „gezicht". Voetius, Polit. eccles., P. 11 L. II Tr. II p. 695—698, bevat gezicht van 1539. Joris de man, door wien God groole dingen doen zou. Zijn II OHilerboek 1542, zijn zendingen en zendelingen. Rijk geworden, neemt vele vrouwen. In 1544 burger van Bazel, onder den naam van Johan Bruk, voert staat als edelman, sterft 25 Aug. 1556. Met eere in de kerk van H. Leonard begraven, na 3 jaar opgegraven, met boeken en afbeelding verbrand. Zijn schoonzoon Nicolai Blesdikius, later Geref. predikant in de Palts, gaf zijn levensbeschrijving. Historia vitae Davidis Georgii haeresiarchae conser. ab ipsius genero, Ni'c. BIcsdikio, ed. .1. Revius, Daventr. 1642. Ifist. Dav. Joris <1. Erzketzers, durch d. Univ. Basel, liasel 15.59. F.pistola Theologorum Basiliensitini ad Menzoneiti Altingium Petst. ï.md., a Clar. Hottingero producta in Ifist, eccles. sec. -V1/, P. V. p. 511 sq. Hoornbeek, Summ. controc., p. 351, 387. Nippold, D. Joris, in Zts. f. bist. Th. 1863, H. 2. Joris' leer, behalve uit Blesdikius, uit tegenschrift van Emmius, 1597.

Sluiten