Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Delft twee vragen. Vooreerst of een ouderling en een diaken in de bedieningen konden blijven, terwijl de vrouw des eenen nog zwak was in de belijdenis der waarheid, hoewel vriendelijk jegens de gemeente; en de ander een zoon had, die zich ergerlijk gedroeg. En ten andere, of men den nieuw bekeerde rijke lieden mocht toestaan, dat ze dagelijks vanwege het gevaar niet met degansche gemeente, maar slechts met eenige geringe lieden in het bijzonder samenkwamen. 5 Maart 1572 vroeg Zwolle: Of een zoon het lijk van zijn vader naar het graf mocht volgen, terwijl naar der Papisten gewoonte een kruis voorop gedragen werd. Sixtus Abbes van Leeuwarden werd krankbezoeker, later predikant te Einden. 1 Mei 1568 hielden die van Haarlem door een afgezondene aan, om hem voor zich en tot hun dienst te behouden.

Bijna twee eeuwen later heeft een predikant te Emden, Eduard Meiners, „Oostvrieschlandts kerkelyke geschiedenisse" beschreven. Over de synode te Emden van 1571 vond hij in het oudste kerkelijke protocol aldaar, dat met 16 Juli 1557 begint, geen het minste bericht. Alleen wordt 30 Jan. 1572 ter loops van de synode gewag gemaakt. Meiners vermoedt de vrees voor de Spaansche regeering als oorzaak van dit stilzwijgen.

In October 1571 had de Nederduitsche gemeente te Emden een viertal predikanten. Oeen der vier heeft de synode bijgewoond, hoewel zij natuurlijk van het houden der kerkvergadering kennis gedragen hebben. Graaf Edzard II had het blijkbaar aldus streng bevolen. Het opnemen in zijn gebied van duizenden Nederlandsche vluchtelingen was ten opzichte van Alva's bewind het uiterste, waartoe hij gaan dorst. Officieel nam de kerk te Emden geen kennis van het houden eener Nederlandsche synode aldaar.

Desondanks hebben de stad en gemeente van Emden jegens onze lijdende voorouders zich vrienden in den nood betoond. Mogen de kinderen dier ouders Gods weldaden, op vreemden bodem eertijds ontvangen, nimmer

Sluiten