Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergeten. Die Neerlands volk en kerk der Hervorming liefheeft, sla dankbaar het oog naar Wezel aan den Rijn en Emden aan de Eems.

De voorbereidende officieuse vergadering te Wezel werd na drie jaar gevolgd door een grondleggende oflïcieele bijeenkomst. Trachten wij ons, vooral met behulp der zeer verdienstelijke monografie van dr. van Meer, een beeld te vormen der synode van Emden ').

Philips van Marnix heer van Sint Aldegonde komt de eer toe, het meest van allen tot het bijeenkomen der synode te hebben bijgedragen. De groote theoloog-staatsman twijfelde niet aan de toekomstige vrijheid des vaderlands, en wanhoopte niet aan de eenheid der Gereformeerde kerk. Van die geloofsidealen vervuld, richtte hij 18 Maart 1570 een uitvoerig schrijven, door hem benevens Gaspar Van der Heyden onderteekend, uit naam en op bevel der Nederlandsche broederen van Heidelberg en Franckenthal, aan de verspreide gemeenten in Duitschland en Engeland 2).

1) H. Q. Janssen, De synode te Emden in 1571, in Voor drie honderd jaren, 3de serie, blz. 37—56. Dr. li. van Meer, De synode te Emden in 1571, academisch proefschrift, 's Gravenhage 1892. Prof R. Kruin, De voorbereiding in de ballingschap van de Gereformeerde kerk in Holland, in Archief roor neil. kerkgesehied., deel V 1894 blz. 1—46. Over de spaarzame berichten der geschiedschrijvers betreffende de synode te Emden zie dr. v. Meer, blz. 3—7, en prof. F. L. Uutgers, Acla van de nederlandsche synoden der zestiende eeuw, blz. i'2 —45. Meiners, blz. 425 v., herinnert enkel aan den brief van Antwerpen van 1565 aan den kerkeraad te Emden, het voornemen behelzende om een vergadering van predikanten te houden uit Vlaanderen, Zeeland en Zandwijk, ten einde over sommige zwarigheden te raadplegen. Voorts vermeldt hij het antwoord van Colthuynius namens den kerkeraad, blz. 410 v. En geeft in Nederlandsche vertaling, blz. 425—445, de Acta der synode naar J. J. Harkenroht, a. w. A. A. v. Schelven, De Nederduitsche vluchtelingenkerken der Kide eenw in Engeland en Duitschland in hunne beteekenis voor de reformatie in de Nederlanden, 1908.

2) Zie prof. Fruin, blz. 17, dr. v. Meer, blz. 51—78. Het schrijven zelf in het Aanhangsel op Prof. Van Toorenenbergen's uitgaaf der Godsd. en Kerkel. Geschriften van Phil. v. Marnix v. St. Aldeyoiule, blz. 1—38.

Sluiten