Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dat schrijven bepleit Marnix de aaneensluiting der geloovigen in drieërlei vorm. Vooreerst wil hij een gemeenschappelijke beurs vormen, waarin alle gemeenten zullen bijdragen, en waaruit alle dienaren en aanstaande dienaren des Woords zullen onderhouden worden. Dan behoort een geregelde briefwisseling tusschen de verschillende gemeenten te worden aangeknoopt. Eindelijk moet orde gesteld worden op de verzorging van reizende geloofsgenooten, ja op de regeling van alle kerkelijke zaken, door de vaststelling van een kerkorde.

Marnix' voorstel vond een verschillend onthaal. Van practische resultaten bleek voorshands weinig. Des te grootei waien de zedelijke gevolgen. De idee der eenheid rijpte. De bijeenkomst te Frankfort in September 1570 stelde de noodzakelijkheid van het houden eener synode in helder licht.

In het volgend jaar ontvingen de plannen vasten vorm '). Het initiatief ging uit van Gereformeerden in Gulik.

Bij eenigen die God vreezen en het heil Zijner gemeente behartigen was de gedachte opgerezen, „of men niet eens een generale bijeenkomste en vergaderinge zoude kunnen bekomen van de kerken, die tegenwoordig door Gods genade, zoowel in de Nederlanden onder het kruis bewaaid woiden als door Zijn wil overal verstrooid zijn". Hun denkbeeld deelden zij persoonlijk mee aan de dienaren des Woords en andere invloedrijke personen te Heidelbeig en Iianckenthal. Dezen waren er zóó mede ingenomen, dat zij het voorstel naar de kerken van Wezel en omstieken dooi zonden, met bijvoeging van eenige aitikelen, waarover in de vergadering zou kunnen gehandeld worden. Tevens vervoegden zich de Guliksche afgevaaidigden bij den Prins van Oranje. Deze beloofde het

1) Ze worden ons verhaald door hen, die weldra mei het ten uitvoer leggen belast werden, Gerard van Culenborg en .Ihr. Willem van Zuvlen van Nijevelt, in een brief aan den kerkeraad der Nederduitsche gemeente te Londen. Brief van '24 Juli 1571, in llesssels' Archwutn, II p. 380.

Sluiten