Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als pastor loei van de Waalsche kerk zitting in het raoderamen. Hermannes Modet, die bij uitzondering geen qualiteit opgeeft, maar wiens naam onmiddelijk aan dien van den Waalschen predikant van Wezel voorafgaat, vertegenwoordigde vermoedelijk de Nederduitsche gemeente van die stad1). De vijfde onderteekenaar Carolus Niëllius, predikant der Waalsche gemeente te Wezel, had weleer met zijn ambtgenoot Junius te Antwerpen in een huis aan de markt het Evangelie gepredikt, terwijl men de vuren, waarin hun geloofsgenooten verbrand werden, in de glazen zag flikkeren 2). Dan volgen de namen van de predikanten der Nederduitsche kerken te Keulen, Aken, Wezel en Emmerik. Daarop komen dienaars van de kerken in Antwerpen, Gent, Vlaanderen, Amsterdam, Schagen, den Briel, Hoorn, West-Friesland en Twisck. Verder drie aanstaande en twee gewezen predikanten, natuurlijk zonder machtiging van eenige gemeente verschenen. Eindelijk twee Waalsche predikanten van Emden, en één van Keulen, van Wezel en van Antwerpen.

Uit kerkelijk en historisch oogpunt zijn de beide Amsterdamsche leeraars verreweg de belangrijkste onderteekenaars. Klaagt Van der Heyden in zijn brief van 4 October, dat Taffinus en hij „dese 3 voerleden daghen niet gedaen hebben dan loopen om d' ander te beweghen", zijn klacht geldt den Hollanders in het algemeen en den Amsterdammers gansch bijzonder. Joannes Arnoldi of Jan Arentsz. en Petrus Gabriël zijn de hoofden der Hollandsche natie te Emden, die zich aanvankelijk tegen het beschrijven der synode gekant had. Eerstgenoemde en de voorzitter der synode waren voor elkander oude

1) Prof. Kruin, Naschrift, blz. 392. Modet vertoefde toen ter tijd te Wezel, blijkens zijn brief van 30 Juni 1571 aan die van Londen, Archivum p. 143.

2) Brandt I 291. Over zijn gelijknamigen zoon, den bekenden Remonstrantschen predikant, zie de belangrijke dissertatie van Dr. C. D. Sax, Carolus Niëllius, Arnst. 1896.

Sluiten