Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekenden. Had niet in November 1566 Gaspar Van der Heyden als afgezondene der gemeente te Antwerpen de Amsterdammers met excommunicatie bedreigd, om hun rekkelijkheid betreffende, ja overhelling tot de Luthersche Avondmaalsleer? Werd nu dezelfde Van der Heyden de vredestichter? En hebben Jan Arentsz en Petrus Gabriël, die destijds pal stonden voor de oorspronkelijke Nederlandsche reformatie en het besliste Calvinisme verwierpen, thans instemming betuigd met de geloofsbelijdenis van de Bres? Wij zijn evenzeer verrast als verblijd.

Aan 's Prinsen invloed is dit niet toe te schrijven. De Amsterdammers hebben zeiven, ter liefde van orde en eendracht, van land en kerk hun persoonlijke gezindheid en neiging ten offer gebracht. Naast God is dit dank te weten aan de tusschenkomst van Van der Heyden. Een belangrijke plaats uit een van zijn brieven, door professor Fruin ontdekt, stelt dit in helder licht.

25 September 1573 schrijft Van der Heyden uit Franckenthal aan zijn gewezen mededienaar aldaar, Arnold Crusius Cornelisz thans te Delft, als volgt:

't Wondert my seere dat syn Excel. Synodum Embdanam soude misprysen, daer ons D. Ald[egonde], eer wy er henen ginghen, anders geseyt heeft, ende het doet nv vele achterdenckens hebben wat dat bediedt.... Van Petro en verwondert my niet, want ghy weet dat ickt u[w] l[iefde] dick gesegt heb, dat hy noch [lees„en"] sijn gesell, jae hy door den anderen, deser saecken een afschouwen hadden, hoewel syt toch onderschreven ende ons daervoor ten lesten bedanct hebben"....').

De eenige Petrus onder de Emdener Acten is Petrus Gabriël, predikant der gemeente te Amsterdam. In dezen tijd was hij te Delft als leeraar werkzaam. Deze alleen kan bedoeld zijn. Zijn „gesell" is Jan Arentsz.

1) Van Lennep, a. w. blz. 208.

Sluiten