Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenals te Wezel heeft men te Emden door buitenlandsche Gereformeerde kerkorden zich laten voorlichten, door die van Frankrijk, de Paltz en Schotland.

Door die van Frankrijk wel allermeest. WantdeFransche kerkorde van 1559 is letterlijk herhaald in het eerste artikel der Emdensche: „Geen Kerk zal over anderen, geen Dienaar over Dienaars, Ouderling over Ouderlingen, Diaken over Diakenen primaatschap of heerschappij voeren, maar liever van alle verdenking en verzoeking zich wachten" ').

Lag in dit artikel voor Jan Arentsz geen waarborg, dat een bedreiging met excommunicatie als in 1566 hem wel nooit meer ten deel zou vallen ? Mocht hij er geen bedekte erkenning in zien, dat de voorzitter der synode destijds ver genoeg, zoo niet te ver, jegens hem was gegaan? Konden de gezonde Gereformeerde kerkbepalingen, met hun grondbeginsel „souvereiniteit in eigen kring", ook hem den Nederlandschen republiekein niet aantrekkelijk zijn? En heeft het vredelievende gedrag van Van der Heyden op de synode te Emden niet reeds een aanloop gehad in die minzame „toezending van de Kerkorde die in de Paltz onderhouden wordt, door Gaspar Van der Heyden, aan Jan Arentsz dienaar deigemeente te Amsterdam"?

Wat de nawerking der synode te Emden betreft, wenden wij eerst den blik naar Engeland.

Afschriften der Acten werden 14 October 1571 met een brief van Hermannus Moded naar den Kerkeraad der Nederduitsche gemeente te Londen gezonden 2). Moded verzocht, dat de broeders in Engeland op de volgende generale synode van het vasteland hun gevoelen over

1) Nulla Ecclesia in alias, nullus Minister in Ministros, Senior in Seniores, Diaconus in Diaconos primatiim seu dominationem obtinebit. seil potius alj omni et suspicione et occasione sibi cauebit.

2) Dr. v. Meer, bijlage B.

8

Sluiten