Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het jaar 1576, dat door den val van Zierikzee zoo beangstigend scheen te zullen worden, kon een derde wonderjaar genoemd zijn. De kettersche rebellen, binnen twee gewesten langzaam maar zeker teruggedrongen, verbonden zich o wonder met de vijftien overige Gewesten, tot verdrijving van den Spanjaard. Het hoofd der opstandelingen, de Prins, kreeg al meer de algemeene leiding der zaken in handen. En zoo onnaspeurlijk werkt de opperste Wijsheid, die tot zoo gewenschten ommekeer het meest bijdroegen, waren de Spaansche soldaten. 1576 een derde „jaer van wonder".

Onbetaalde Spaansche troepen, na den dood van Alva's opvolger, Don Louis de Requesens, door den Raad van State in weinig ontzag gehouden, slaan aan het muiten, ontruimen Holland en Zeeland, vermeesteren Aalst, en plunderen Maastricht en Antwerpen. De Spaansche furie bespoedigde de Gentsche pacificatie, 8 November 1576. De Spaansche krijgsmacht zou verdreven, het religieplakkaat in de vijftien Gewesten geschorst, en in Holland en Zeeland het statu quo tot op nadere uitspraak der Algemeene Staten gehandhaafd worden.

Voor het laatst in de geschiedenis der zeventien Gewesten treden de Stacen-Generaal nu handelend op. De zeer verblijdende gebeurtenissen der laatste maanden hadden den Prins een oud ideaal weer doen in 't oog vatten, religie-vrede en vrijheid voor al de Nederlanden. Zou dit toekomstbeeld ooit werkelijkheid worden, dan moest tot eiken prijs de verzoening tusschen de vijftien Gewesten en den nieuwen Landvoogd Don Juan van Oostenrijk belet, en het vuur der tweedracht tusschen die beiden aangeblazen worden. Want die verzoening beteekende religie-krijg van de vijftien Gewesten tegen Holland en Zeeland. Ook moesten weifelende Roomschen gerustgesteld, en onstuimige Gereformeerden ingetoomd worden. Daartoe strekte de Unie van Brussel, die de handhaving van den Roomschen godsdienst nader ver-

Sluiten