Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijheden, voorstonden. De landprovinciën, het Sticht,"de predikanten en Gereformeerden, en de Vlaamsche en Brabantsche ballingen, waren op de hand van den „vromen" vorst. Behalve de stedelijke regenten en het huis van Nassau maakte hij ook den veel vermogend en handelsstand zich tot vijand

De strijd liep derhalve over gecentraliseerde of gedecen traliseerde regeering, regeering der Generaliteit of der piovincie Holland. Hij werd algemeen, provinciën en steden waren in factiën verdeeld. Zelfs dreigde hij tot bur gerkrijg, tot s lands ondergang, te zullen leiden. Leicesler achtte het uur voor doortastende maatregelen gekomen. Doch elke poging zijnerzijds, om zijn aanhang op het kussen te brengen, faalde. Uit spijt en mismoedigheid vei liet hij haastig zijn hoogen post. Voor de erfgenamen van den landheer, de Staten die thans souverein werden, was niets meer gewenscht. De dag van zijn afscheid aan de Staten-Generaal, 6 December 1587, gelde als geboortedag der Republiek2).

1) H. J. Koenen, Adriaan Pauw. Een bijdrage tot Je kerk- en handelsgeschiedenis der zestiende eeuw. Amst. IK4G. J. H. de Stoppelaar Balthasar de Moucheron. Een bladzijde uit de Ned. handelsgeschied! tijdens den 80-jarigen oorlog. 'sGrav. 1901.

2) Hoe onbeholpen de staatsregeling werd, blijve hier onbesproken, liet uitvoerend bewind berustte eerst bij den Raad van State en Leicester, «traks bij de Algemeene Staten, ten slotte bij de Staten van Holland. Deze laatsten werden echter van souvereine machthebbers veraap tot gemachtigden van souvereine stadsbesturen. Zij moesten volgens den last dezer principalen adviseeren en besluiten. De regenten der Hollandsche steden waren de eigenlijke bestuurders des lands, die met schandelijk nepotisme en despotisme menigmaal, en /.onder eenige controle den schepter zwaaiden. «Wat de heeren wijzen, moeten ,1e gekken prijzen . Aldus werden, onder verbazende langwijligheid de vroedschappen overmachtig. Zij waren de souvereinen, de koningen'van het republiekeinsche Holland, «van wie de regeermacht eerst naar de Provinciale, dan naar de Algemeene Staten uitgaat" (Fruin). Vooral in Holland verdween de rechtmatige invloed der burgerijen. Zelfs de machtsfeer der hoven van justitie bleef niet onaangetast. De strekking was naar oligarchie, regeermacht bij weinigen berustend. De «goede" oude tijd.

Sluiten