Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nehmmen hem dannoch tot drijen weken tho vrijgelaeten. Ende nae dem hij euen halstarrich is gebleven, iss hem den 28 Octobris van wegen des hoeues [hofs] sien dienst opgeseit, ende datt hij nae vthganck sines Jahres welckes den 9 Novembris wesen sall, die Schoele ruime, ld welck hij te doen thogeseit".

In 1611 was Fontanus te's Gravenhage voorzitter van de synode tot voorbereiding der nationale synode. Het volgend jaar mocht hij er, mede namens negen predikanten, aan de Staten-Generaal de bekende door hem gestelde Contra-remonstrantie indienen, waarbij om een nationale synode tot beslechting der geschillen verzocht werd.

Doch de beroemde Dordtsche synode van 1618 en '19 zou Fontanus niet meer beleven. Reeds had de godzalige grijsaard, van drie Arminiaansche collega's omringd en van de scheuring der Kerk Gods een jammerend getuige, overvloedige tranen gestort, die „lanck synen grijsen Baert ende Casacke vlotten ende op d'aerde bickelden". Den 22sten September 1615 gaf Fontanus zacht en kalm den geest. Rijkelijk geldt hem, na overvloedigen arbeid, de opstandingsbelofte zijns Heeren : „De leeraars nu zullen blinken als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, als de sterren altoos en eeuwig".

De pendant van den predikant is de kapelaan. Typeerde •Johannes Fontanus ons den buitenlander van vóór drie eeuwen, die de Kerkhervorming ten onzent kwam doorvoeren; heer Jan van Venray is beeld van zoo menigen Roomschen geestelijke, die zich ontwikkelde van pastoor tot Evangelieprediker ').

In 1566 kwam Jan van Venray op vier en twintigjarigen leeftijd van Nijmegen naar Zalt-Bommel, om als

1) Dr. J. G. R. Aequoy, Jan van Venray (Johannes Ceporinus) en de wording en vestiging der hervormde gemeente te Zalt-Bommel, 's Hertogenb. 1873.

2

Sluiten