Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapelaan in de Groote of Parochiekerk den dienst te doen en de sacramenten te administreeren. Aanvankelijk was hij zuiver in de leer. Weldra begon hij zijn stem tegen het oud geloof te verheffen. Van lieverlede ging hij verder. Zelfs liet hij vóór en na zijn preeken Nederduitsche psalmen zingen. Ook werden zijn aanhangers steeds talrijker en machtiger. Vergeefs vermaande hem de stedelijke raad, en verbood hem het preeken. Gewapende Geuzen brachten hem op den preekstoel terug. Den 23sten October werd tusschen magistraat en burgers een verdrag gesloten. Op alle Zon- en gewone heilige dagen zouden op sommige uren van den dag de kapelaan en zijn aanhang, op andere tijden de Roomschgezinden in de Groote kerk hun eeredienst oefenen. Welhaast bereikte de reactie ook Zalt-Bommel. 7 Februari 1567 sloot de graaf van Megen, stadhouder van Gelderland, met de stadsoverheid een gansch ander verdrag. De kapelaan en zijn partij verlieten de stad.

31 Juli 1572 werd de Waalstad door haar uitgeweken burgers van de Spanjaarden verlost. Zalt-Bommel stelde zich onder den Prins en nam den Gereformeerden godsdienstvorm aan. Voor het eerst werd er een consistorie opgericht.

Het volgend jaar was Jan van Venray, door zijn ambtgenooten Johannes Ceporinus genoemd, eenigen tijd in Bommel als predikant werkzaam. Naar de Palts teruggekeerd, bediende hij het Evangelie van 1578 tot '85 te Nijmegen, daarna te Medemblik. Dan verliezen wij hem voor langen tijd uit het oog. Eerst in 1620 komt Ceporinus als predikant te Goch in Duitschland weer onder onze aandacht. Om krijgsrumoer wijkt hij dan naar Nijmegen, waar hij als ambteloos burger zich vestigt.

Reeds het volgend voorjaar werd hij als tachtigjarig grijsaard voor de tweede maal tot predikant beroepen in hetzelfde Zalt-Bommel, waar hij als vier-en-twintigjarig kapelaan den Christus der Schriften had leeren

Sluiten