Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zetel van den bisschop, later aartsbisschop, en van de hooge geestelijkheid van Nederland, de voor de Hervorming hermetisch gesloten stad, bleek de kracht van de godsdienstige beweging der zestiende eeuw '). Door bisschop Filips van Bourgondië (1516 —'24) den vriend van Erasmus, en door mannen als Johannes of Henricus Rhode den rector der Hieronymus-school ontstoken, gloorde de Evangelievonk ruim een menschenleeftijd lang onder de asch, totdat in het wonderjaar een heldere vlam van Bij bel waarheid de Stichtsche burgers verlichtte.

Jan Arentsz en Peter Gabriël spraken ook hier buiten de stad, voor een grooten toeloop. Na den gedeeltelijken beeldenstorm predikten de Gereformeerden een wijle in de Jacobi-kerk, sedert het verdrag met Oranje van 25 November 1566 buiten de Wittevrouwenpoort aan den stadssingel. Einde Februari 1567 hield die buitenpredikatie op.

Niet tot 1572 het jaar der Geuzen het jaar der genade, maar tot 1577 duurde de jammer der stad Utrecht. Terwijl Holland en Zeeland vrijheid en waarheid reeds verwierven en verdedigden, ging in de bisschopsstad nog vijf lange jaren de kloeke strijd tegen de Spaansche bezetting gepaard met stipte handhaving van den Roomschen godsdienst2). Eerst 11 Februari 1577 werd het kasteel Vredenburg aan de burgerij overgegeven, en vertrokken de Spaansche krijgsknechten uit de stad. In den loop van dat jaar werd het stadhouderlijk gezag van

1) Prof. dr. H. J. Royaards, Geschiedenis der Hervorming in de stad Utrecht, Leiden 1847 (overgedrukt uit het Ned. Archief voor Kerkel. Gesch., V. VI. VII, 1845—'47).

'2) Van Bolhuis, Het kasteel Vredenbarg, in het Tijdschrift v. Geschied., enz. v. Utrecht, 1842. — De President en Raden van het Hof van Holland, Zeeland en Friesland, en van de Rekenkamer met haar boeken en papieren, goederen en huisraad, weken in 1572 dan ook eerst naar Haarlem en verder naar Utrecht. Wel gold de zetel der hiërarchie tevens als het palladium van Spanje.

Sluiten