Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oranje weder erkend, en gaf de Prins satisfactie aan de Staten tot herkrijging zijner vroegere waardigheid. Geen onroomsche godsdienst zou binnen de stad uitgeoefend, en de aartsbisschop door den stadhouder in al zijn rechten gehandhaafd worden.

De pastoor der Groote of St. Laurenskerk te Rotterdam Huibert Duifhuis, met vrouw en kind naar Keulen gevlucht, werd na den dood zijner echtgenoot in 1574 aan de St. Jakobskerk te Utrecht als pastoor aangesteld *). Na den overgang der stad begon hij allengs zuiverder leer te prediken. In 1578 verzocht hij verlof van Burgemeesters en Schepenen, voortaan op de wijs der Gereformeerden te mogen leeren. Sinds bood de St. Jakobskerk een merkwaardig tafereel. Wanneer aan het hoogaltaar op het koor de mis bediend was en het „ite, missaest" het einde der plechtigheid verkondigde, dan hief de vergadering, die beneden in het schip der kerk was, het psalmgezang der Hervormden aan en Mr. Huibert betrad, in het witte koorkleed, den kansel, en preekte naar den godsdienst der Protestanten, te midden der beelden en andere symbolen van het Roomsche geloof 5).

Toch was Duifhuis geen Gereformeerd man. In zijn reformatorische beginselen week hij met name van Calvijn's leer en kerkinrichting af. Brandt zegt, dat Duifhuis in zijn predikatiën meest drong op de liefde, op een godzaligen wandel en innerlijke deugden, zonder scherpzinnige geschillen of hooge geheimenissen aan te roeren, en daï hij weinig sprak van de praedestinatie, erfzonde en rechtvaardigmaking door toerekening. De hervormer van St. Jakob was een eclecticus, die zijn

1) Mr. J. Scheltema, Hubert Duifhuis, in : Geschied- en letterkundig mengelwerk, II 124-180. Dr. J. Wiarda, in Kalender voor de Prut. in Ned., 1857, en als diss. Huibert Duifhuis, de prediker van St. Jakob. Amst. 1858.

2) Zie het schoon gedicht van Mr. A. J. de Buil, Een beeld der toekomst, 'sGrav. 1849.

Sluiten