Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen weg ging. Hij stichtte niet naar den elders in Nederland aangenomen „voet van Reformatie", maar naar persoonlijke zienswijs een van anderen afgescheiden Hervormde gemeente ').

Vóór en tijdens Alva bestond bovendien in Utrecht een Hervormde gemeente onder het kruis, die met het Gereformeerde Nederland in kerkelijk verband leefde. Zij bezat een consistorie, welke Duifhuis miste. In tegenstelling met de St. Jakobsparochie werd zij de consistoriale gemeente genoemd. Deze huisgemeente groeide snel tot kerkgemeente aan, en verkreeg 27 Augustus 1578 van den Raad der stad het gebruik der Minderbroederskerk.

In 1578 en '79 stond telkens de doortastende Petrus Dathenus aan de spits der Utrechtsche Hervormden. Hun eerste geleende, daarna vaste predikant in 't begin van 1578 was echter de Utrechtenaar Wemerus Helmichius, een godvruchtig geleerd en gematigd man, die van allen geprezen werd 2). Nicolaas Sopingius, vroeger predikant te Leeuwarden, werd 10 Januari 1579 als vaste predikant bij Raadsbesluit aangenomen. 17 October 1580 stelde de Raad als derden predikant den beroemden Hermannus Moded of Strijcker aan, een vollen geestverwant van Datlieen. Als vierde predikant was van 1581 tot 4 Mei 1584 Simon Hebelenius werkzaam.

In den nacht van 10 Juni 1579 greep een vernieuwde beeldstorm plaats in de Buur-, Predikheeren- en Nicolai-

1) Tot hen, die liet gebruik van belijdenisschriften aanbevalen, zeide Duifhuis in een zijner sermoenen: „gij meent het al af te meten na een seecker meetkoordeken, dat gy daer toe besicht, 't sy van een deel artykulen, ut die schrift by den anderen geraept ende daer u gloose dan op gemaekt, die gy u bekentenis olie catechismus noemt; ende daerna wilt gy alle menschen rechten ende oordeelen, ol sy gesont sijn in den leere of niet, ende meent alsoo den heylygen geest palen te setten, daer hy hein na sonde reguleren". Wiarda, 42.

2) Dr. J. Hania, Wernerus Helmichius, 1895 diss. Dr. E. J. W. Posthumus Meijjes, Ken brief van Wernerus Helmichius, in Troffel en zwaard, 3de jaarg. (1900).

Sluiten