is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis der Nederlandsche geloofsbelijdenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoog belang, dat te raidden van wapengekletter de Kerk toonde te hechten aan haar ordening en bevestiging. Treffender nog dan de Juli-vergadering der Staten van Holland in 1572 was de Juni-vergadering der provinciale synode van 1574 in hetzelfde Dordrecht ')•

Drie jaar tevoren had de synode van Emden voor al de kruiskerken der zeventien Gewesten vier classen gesteld, waarvan de laatste als classis Arasterdam gansch Noord-Nederland omvatte. Nu waren alleen voor Holland en Zeeland veertien classen voorloopig ontworpen, die te Dordrecht definitief werden vastgesteld. Slechts vijf classen waren te Dordrecht vertegenwoordigd, door ruim twintig personen 2). De synodale besluiten golden evenwel alle classen en leden der Kerk 3).

1) Of spreekt het ons niet meer toe, dat een predikant die reeds tot bijwoning der vergadering aangewezen was, dat Joost do Jonge van Leerdam in de stad zijner woning bij den overval door de Spanjaarden in dezelfde Juni-maand opgehangen werd. (Het aandoenlijk verhaal bij Bor., I, VII, 41). Dat de predikant van Gorkum om 's vijands nabijheid van zijn stadsoverheid geen verlof tot vertrek bekwam. En dat de afgevaardigden uit Noord-Holland, die tot de afreis zich gereed hielden, om den vijand die het Noorderkwartier afliep van de reis moesten afzien.

2) De classis Voorne telde minstens 13 predikanten en 10 kerkeraadsleden, want haar geloofsbrief teekenden 12 dienaren des Woords en 11 ouderlingen of diakenen. De classicale vragenlijst van Zierikzee is onderschreven door 9 leeraren en 6 ouderlingen of diakenen. Iedere classis op 10 predikanten en tweemaal zooveel kerkeraadsleden berekenende, geeft dit voor Holland en Zeeland een getal van 140 predikanten en 280 kerkeraadsleden. Ziedaar een globale voorstelling der Nederlandsche Hervormde kerk in het derde jaar harer vrijheid.

3) Hun oorspronkelijke oorkonde bleef gelukkig bewaard. De acta of notulen worden voorafgegaan door een lijst van aanwezigen, bevattende de namen van 17 dienaren des Woords, 8 ouderlingen en 1 diaken, samen 26 personen. En worden gevolgd door de handteekeningen van 15 predikanten en 5 ouderlingen, samen 20 personen. 26 Juni begon men „de artikelen in deze synode besloten uit den mond van den Scriba ordelijk uit te schrijven '. De scriba dicteerde, daar allen noteerden. Ook de beide volgende dagen waren algemeene schrijfdagen. Ieder aanwezige kon dus terstond voldoen aan het eerst besloten artikel „Wordt voor goet aenghesien dat in allen Consistorien ofte ten minsten in allen Classen