Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkverband. Jegens een „Looper die gheen Ordinaris Dienaer en was", een huyrling ende buijckert", was men vrij streng.

Rekkelijker gedragslijn volgde men ten aanzien van geordende predikers in het buitenland, en van aanstaande predikanten. Artikel 25 luidt:

„Is besloten datmen de Dienaers die elders in den Dienst gheweest sijn, ende van nu voort aen nieuwelick inder Kercke aenghenomen sullen worden, Gode met den ghebede ende der Ghemeijnte met eener cleijne vermaninghe na d'onderlinghe stipulatie [overeenkomst, belofte] beueelen sal, glielijck alsmen oock dien sal doen die nu eerst in den Dienst opghenomen worden, inden weieken doch een breeder vermaninghe ende stipulatie voor gaen sal".

Aldus professor Rutgers. Dat artikel 25 van de confessie geheel zwijgt, zelfs bij de opname van nieuwe predikanten, is hoogst bevreemdend. Gelukkig geeft Hooijer een langere redactie'). Men moest den te bevestigen predikanten vragen: „Ten tweeden, of zy de Heilige Bybelsche Schrift houden, het woort Godts ende de eenige volmaakte Leere der Godzaligheid te wezen, welke sommierlyk [wat de hoofdzaak betreft] in de Catechismo begrepen, ende in deze Gemeente opregtelyk geleert wort". Het laat zich niet denken, dat iemand later die drie bevestigingsvragen in den tekst heeft ingevoegd. Wel, dat de schrijver van het Haagsche exemplaar der notulen, bijvoorbeeld na een korte afwezigheid tijdens het dicteeren van den scriba, verzuimd heeft het ontbrekende in te vullen. Niet ter wille van mijn „heldin" de Confessie, geef ik betreffende artikel 25 aan de redactie-Hooijer de voorkeur. Tevens blijkt hier, dat de Catechismus die meer bekend was, aan de Confessie den voorrang ernstig betwistte.

Nieuwe predikanten mocht men vooral van Roomsche

1) Rutgers 138, Hooijer 101.

Sluiten