Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten zijn naar haar vermogen door de diakenen bediend" ')• Ademt dit een geest van benepen onverdraagzaamheid?

Toen te Middelburg nog geen vaste kerkeraad gevormd was, werd door den Prins van Oranje in overleg met twee naburige predikanten als tweeden predikant Gaspar Van der Heyden te Frankenthal benoemd. Die keuze teekent. Want de verdraagzaamste vorst van zijn tijd kende de voornaamste predikers zijner Kerk wel. Hoe verdraagzaam Van der Heyden metterdaad was, getuigt een der voorwaarden die hij bij zijn aannemen der beroeping stelde. „Hij wilde vrijheid hebben om te vertrekken, indien hij in deze landen door kerkelijke twisten of om eenige andere reden niet aarden kon'' *). Op 's Prinsen uitdrukkelijk verlangen woonde hij de synode bij. Hij werd haar voorzitter. De geest van Oranje, van godsdienstige verdraagzaamheid, regeerde en presideerde kerkelijk Holland in 1574.

Zelfs destijds vonden de besluiten der Dordtsche synode niet algemeen instemming en opvolging. Er was bepaald dat de predikanten, ouderlingen en diakenen de Geloofsbelijdenis en de artikelen der Emdensche en Dordtsche synoden zouden onderteekenen. De scriba Arnoldus Cornelii of Crusius berichtte welhaast aan den ex-voorzitter, dat zijn ouderlingen te Delft dit geweigerd hadden. In zijn brief van 6 September 1574 antwoordde de Middelburgsche leeraar:

„Het bevreemdt mij dat uw ouderlingen geweigerd hebben de artikelen te onderschrijven, daar gijlieden ter synode gezonden zijt namens hen, door wier samenstemming mee alle dingen besloten zijn. Bovendien is in artikel 3 niets wat op hen, maar wel wat op de

1) Hooijer 94, RutRers 205.

2) Dr. M. F. Van Lennep, Gaspar Van der Heyden 1530—1686, Amst. 1884, 101—105.

Sluiten