Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelve zulks goed gevonden, uitgezonderd op het punt, dat de Consistorien gesteld zouden worden bij advieze en bewilliging van de Staten, hetwelk de Staten verstaan hebben daaruit te omitteren" [weg te laten]. De strijd liep over de vraag, wie de consistoriën zouden aanstellen en daarmee de Kerk regeeren. De Staten stonden nu hun „recht" van aanstelling waarschijnlijk af ten behoeve der stadsmagistraten. Dit zou eenvoudig een andere vorm van slavernij voor de Kerk, en van staatsregeering over de Kerk geweest zijn.

Oranje was thans aan 't einde van zijn geduld. Rondweg sloeg hij nu ook de eerst toegestane superintendentie af. De notulen van 28 April vermelden: „Aangaande de ïeligie verstond Z. Exc. dat het punt van de Consistorien daaruit zou worden gelaten, mitsgaders van de Commissarissen, die op het stuk van de religie superintendentie zouden hebben".

Eindelijk bewilligden de Staten in 's Prinsen verlangen, blijkens een acte van Unie tusschen Holland en Zeeland] die vreemd genoeg gedagteekend is 25 April 1576. Daarbij werd de regeling der kerkelijke zaken in hoofdzaak den Prins opgedragen. „Doende verder, de oefening der voorz. [Gereformeerde Evangelische] religie aangaande, stellen alzulke goede orde, als naar gelegenheid der zaken en conditiën van de steden ten meesten gerustheid en commoditeit van de gemeente, zonder vermindering van Godes eere, bevonden zal worden te dienen en te behooren, ook met advies van de Staten, is het nood" !).

1) Ypeij en Dermout I 339 is dus stellig onjuist. De brief van Marnix aan Van der Myle (bij Brandt, I 566, ontleend aan Selectiores illustrium et clarorum virorum epistolae a Belgis vel ad Belgas, de uitgave van ileinsius en Bertius 1617, p. 753—756) openbaart der Staten gezindheid: „want gij weet, hoe hatelijk dat de naam is van consistorie, en van classis, en bijna van religie". Daartegenover staat, dat sommige predikanten in hun predikatiën de Heeren Staten staken noemden. En dat de Prins de Doopsgezinden te Middelburg tegen godsdienstdwang van Gere-

Sluiten