Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog liggen vóór ons de acta der vergadering, gehouden te Dordrecht 26 Februari 1578 ter voorbereiding van de aanstaande synode. Haar praeses Gaspar Van der Heyden zou vernemen, of zijn Excellentie zich niet tegen de synode wilde stellen. Eerst na goedvinden van den Prins verkregen te hebben, zouden de classes Delft, Walcheren en Antwerpen aan de verschillende classes schrijven. Den eersten Juni hoopte men de afgevaardigden te ontvangen ')•

De statelijke vergadering die Dinsdag 3 Juni 1578 binnen Dordrechts muren haar zittingen opende, kon een internationale Gereformeerde synode genoemd zijn. Vier jaar te voren waren ruim twintig personen, thans één en veertig predikanten en twaalf ouderlingen aanwezig 2). In 1574- waren gedeelten van Holland en Zeeland vertegenwoordigd. In 1578 zag men nevens hen gedeputeerden der classes de Palts en Kleef, Oost- en WestYlaanderen en Brabant, de Waalsche kerken en de Kerken in Engeland. De „Algemeyne Heilige Synodalische vorgaderinge" was beeld van den wijdvertakten Nederlandschen stam dier dagen.

In 1582 gaven de predikanten en ouderlingen der Kerken

1) Rutgers 282—285.0ver het schrijven naar Engeland zie W.d. Marnix V., 11, 111, 315 en 262; en J. H. Hessels, Ecclesiae Londino-Batavac Archiuutn. No. 11G, p. Gil—614.

2) Behalve de straks te noemen acta zijn nog twee afschriften aanwezig, Nr. I, 3, 4 en Nr. I, 2, 4, c. Een Latijnsche vertaling hiervan berust in deel één van de acta der provinciale Geldersche synoden. Zij bevat, behalve al de besluiten, nog twee ons onbekende stukken. Vooreerst een schoolsch capittel over het huwelijk. Dan een naamlijst der synodeleden van 1578

in twee kolommen, bevattende 41 Ministri en 12 Seniores. Rutgers 313 317.

«Nomina tam Ministrorum verbi quarn Seniorum, qui huic Synodo Dordracae interfuerunt, haec sunt". Waarschijnlijk is zij een afschrift van de naamlijst, die op de vergadering zelf gemaakt werd. Daarmee vervalt de zeer incomplete en onnauwkeurige lijst van A. s Gravezande, door Hooijer gevolgd. Rutgers 227—232. Ten onrechte beweren Ypeij en Dermout I, 549, dat ook Philips van Marnix tegenwoordig was. Vr. 18 der partic. vragen.

Sluiten