Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende wettelick ghelyck andere beroepen werden, der belydenisse des gheloofs ende Kerckelicke ordeninghe onderschryuen ende wt den alderbequaemsten des Hofghesins Ouderlinghen ende Diakenen stellen".

's Prinsen hofpredikers De Villiers en Taffin hebben onze Belijdenis dus onderteekend.

Tot de grove feiten en misdaden, die met schorsing of afzetting der predikanten gestraft worden, rekent artikel 10 allereerst „Yalsche Leere ende Ketterye", zonder de Belijdenis als toetssteen der leer te vermelden.

Capittel II met het opschrift „Van den Kercken-raet ende andere Kerckelicke Yersamelinghen" bepaalt in artikel 29, dat de praeses van een classis een iegelijk in het bijzonder afvragen zal: „Of se niet en twyfelen in eenich stuck der christelicker leere"? In artikel 37: „De dinghen die totter leere behooren sullen eerst afgehandeld worden". En in art. 44: Op de generale of nationale synoden zullen verschijnen twee dienaren en twee ouderlingen van particuliere synoden der Waalsche en Nederduitsche taal „met briefuen van credentie ende instructie aengaende de leere ceremonien ende Kerckelicke regeringhe" Ook deze artikelen noemen de Belijdenis niet. Capittel III „Van de Scholen" vangt aan met artikel 47: „Men sal aerbeyden dat oueral scholen opgericht worden in den welcken de kinderen niet alleen in spraken ende konsten, maer oock voornemelick in den christelicken catechismo onderwesen ende totten predicatien gheleydet worden".

En schrijft met het oog op de Leidsche Hoogeschool in artikel 50 voor:

1) Artikel 40 voert de administratieve scheiding in tusschen de Waalsche en Nederduitsche kerken in Nederland. De Waalsche gemeenten in Holland en Zeeland hadden in 1577 op een afzonderlijke vergadering te Dordrecht er zich reeds vóór verklaard. Alleen in een nationale synode van beide spraken zouden voortaan afgevaardigden van beiderlei gemeenten zitting hebben.

Sluiten