Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De volgende vraag bewijst ruimte van geloofsblik. Of men allerlei menschen kinderen als van hoereerders afgesnedenen papisten en anderen dergelijken zonder onderscheid doopen zal ? Overmits het gewis is dat deze kinderen buiten het verbond niet zijn, zoo zal men ze van den doop niet weren.

Vraag 33 luidt: Of men behoort het avondmaal des Heeren op Paschen, Pinkster en Christdag [Kerstdag] buiten de gewone ordentelijke tijden te houden? Geantwoord werd: „Men sal de ghewonelicke tyden onderhouden ... Alsoo nochtans datmen voornemelick acht neme op het ghebruyk van een yder lant, om niet lichtelick daerin yet te veranderen, sonder ghewichtighe oorsake". Deze conservatieve bezadigde katholieke karaktertrek der synode treedt gedurig aan 't licht. De geest van Yan der Heyden.

Vraag 35 is een schoon voorbeeld der handhaving van recht en vrijheid der Kerk tegenover de tyrannie van het individualisme. Met het afeischen van de belijdenis des geloofs wordt daarbij bedoeld het doen van vragen, die in de „Corte ondersoeckinghe des ghelooves" voorkomen, waarop de avondmaalgangers in de kerk den predikant de gestelde antwoorden gaven. Ook vraag 47 verbindt dergelijke „belydenisse des gheloofs ende ghemeynschap des H. Auontmaeis".

„35. Of het gheoorloft sy tot den Auontmale des Heeren toe te laten de ghene die wel den Bybel alleen voor Godts woort bekennen maer de ghewonelicke vraghen diemen den ghenen voorhoudt die ten auontmael gaen sullen niet beantd woorden noch daerin bewillighen willen ? Antdw. De Kercken sullen hare ghewonelicke wyse van de belydenisse des gheloofs af te eysschen onderhouden, Ende een yeghelick is schuldich rekeninghe syns gheloofs te gheuen na de leere Petri. Want het oock niet en betaemt, datmen een ghemeyn ghebruyck der ghemeynte om somighe bysondere persoonen veranderen soude".

Sluiten