Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

torisch verhaal" vermeldt hij haar § 80, blz. 104 v.

Een uitgaaf van drie jaar later, ons eveneens onbekend, vermeldt W. te Water in zijn „Tweede-eeuwgetyde", blz. 48. De opsomming der drukken door Le Long herinnerende, verzekert hij: „waer by nog anderen van 1576 zouden konnen gevoegt worden".

De Dordtsche synode van 1578 in artikel 53 van haar kerkenordening hoorden wij spreken van „de belydenisse des gheloofs in seuen en dertich artykelen begrepen in dit Iaer 1578 herdruckt". Ook Le Long blz. 105 vermeldt haar als gedrukt te Dordrecht bij Canin, 8°.

In zijn catalogus op blz. 64 komt onder N°. 762 de uitgaaf van 1580 voor. Een exemplaar daarvan in 12° is in mijn bezit. „Bekentenisse of Belijdenisse des Gheloofs. Int ghemeyn, ende eendrachtelijcken vanden Gheloouighen, die in de Nederlanden ouer al verstroyt zijn, ende nade suyuerheyt des heylighen Euangeliums ons Heeren Jesu Christi begheren te leuen ... Geprint Thantwerpen, op die Catte veste inden Tennen pot. By my Jaspaer Troyens. int iaer ons Heeren MDLXXX". Evenals in den oorspronkelijken Nederlandschen druk van 1562 gaan de zendbrief aan de koninklijke majesteit en sommige plaatsen des Nieuwen Testaments aan de belijdenis vooraf, en de vermaning tot de overheden volgt haar. Boven de artikelen staat „Het eerste [II, III, IV enz.] Artijckel . Op den rand komen dezelfde bij belsche bewijsplaatsen als in den eersten Hollandschen druk voor.

Ook de tekst is nog geheel die van 1562-64. Alleen de spelling verschilt. Hier en daar is de interpunctie vei beterd '). Soms sloop een nieuwe fout in den tekst in. Nog vangt artikel 2 aan met: „Wy bekennen dat hy sulcks is, ende dat door twee middelen". In artikel 9 ontbreekt de tegenwoordige aanhef. „Dit alles weten wij, zoo uit de

1) Ia artikel 2 leest 1562 »Creaturen, kleyne ende groote dienen, als letteren. 1580 heeft de komma vóór «dienen".

Sluiten