Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getuigenissen der H. Schrifture, als uit hunne werkingen, en voornamelijk uit degenen, die wij in ons gevoelen". De synode van 1566 voegde dit aan den Franschen tekst reeds destijds toe. In artikel 14 staat nog de overdreven lofspraak op den eersten mensch: „also datrnen in den menscbe sulcken excellentie ende wtneraenheyt siet, dat het menschelijck verstant te cleyn is, om dat wt te spreken. Hy is sulcx gheweest seyt Dauid dat hem niet meer en ghebrack dan God te sijne". En de kleineerende uitdrukking van den gevallen mensch: „is den Yee gelijck geworden". Nog prijkt er de fout: „maar niet omonsgoet [lees: God] te doen vinden". Artikel 15 verklaart nog van de erfzonde: „ende en wert oock door de Doop niet wech ghenomen". En artikel 16 heeft nog zijn lange redactie. Ja het heeft op een foutieve plaats er nog een fout bij ontvangen. Er moest staan ten aanzien van den verkiezenden God : „dat God zich zeiven zoodanig bewezen heeft als Hij is, te weten: barmhartig en rechtvaardig. Barmhartig, doordien Hij ... zonder eenige aanmerking hunner werken. Rechtvaardig, doordien Hij" ... Reeds de oudste vertaling van 1562 — 64 bevat onjuist: „barmhertich, ende rechtueerdich. Barmhertich dat hy ... sonder eenich aensien van hare goede wercken: ende midts dien". De tekst van 1580 maakt het nog erger: „namelijck barmhertich ende rechtuerdich dat hy verlost". 1562 herhaalde „rechtvaardig" niet, 1580 herhaalde „barmhartig" en „rechtvaardig" niet. Bewijzen genoeg dat het tekstverschil, gelijk dit ten jare 1566 tusschen de Fransche en Nederduitsche uitgaven ontstond, in 1580 nog onverzwakt voortduurde.

In de Waalsche bibliotheek te Leiden berust een perkamenten boeksken in dito band, acht en twintig beschreven kwartijn-bladen tellende. Een eerbiedwaardig document en monument. De ongedrukte Confession de foy van het jaar 1580. Op de eerste twintig bladzijden is onze Nederlandsche Belijdenis des geloofs in de Fransche taal

Sluiten